balans
We parkeren de Toyotabus op een bushcamping, tien stappen van zee. We
zijn de enigen die daar staan. Nou ja, de enigen. Vanaf het wc-hokje komt
een reusachtig beest aanschuifelen. Het is alsof we in Jurassic Park zitten.
Iets wat op een hagedis lijkt, zwart met gele strepen over zijn rug en
zeker twee meter lang, komt langzaam en sissend op ons af. Z'n gevorkte
tong van zo'n halve meter glipt razend snel in en uit z'n mond. Met een
grote boog loop ik om hem heen om de deur van de camper te sluiten. Verder
wachten we af, met opgetrokken benen in onze klapstoeltjes. Hij is in
ieder geval niet bang voor mensen, hij komt steeds dichterbij. Er komt
een auto langs. Van achter hun gesloten raampjes staren de inzittenden
naar dit prehistorisch beest, en naar ons met onze opgetrokken benen.
Rustig blijven, niets doen, hij loopt wel door. En dat doet hij gelukkig.
Tot mijn verbazing staat dit beest in onze gids afgebeeld en heeft gewoon
een naam: het is een goanna. Kun je maar beter met rust laten zegt de
gids.
(
)
Voor het avondeten maakt Carien macaroni. Ze heeft de borden nog niet
neergezet of er springt een grote dikke worst op tafel. Hij heeft een
spitse snuit en korte pootjes die achterstevoren lijken te staan. 'Ksst,
weg wezen,' roep ik. Het zegt hem niks. 'Go away!' Helpt ook niet. Hij
heeft z'n snuit al in Meta's bord gezet. Heel flink probeer ik hem een
zet met de wijnfles te geven. Interesseert hem niks. Meta tilt haar bord
boven haar hoofd. Nu gaat hij op Cariens bord af. En dan staan we alle
drie met ons bord boven ons hoofd, terwijl die worst maar over tafel blijft
lopen en zelfs op z'n misvormde achterpoten gaat staan in een poging alsnog
onze macaroni te stelen. We trekken ons terug in de camper en lezen dat
het hier om een possum gaat.
|