Juwelen
Midden op de weg begeeft het motortje van de tuk-tuk het. De chauffeur
stuurt zijn karretje naar de stoep. Een man in een keurig blauw pak ziet
wat er aan de hand is en helpt de tuk-tuk aan de kant te zetten. 'Blijf
rustig zitten,' zegt hij tegen ons, 'er zit waarschijnlijk een vuiltje
in de benzinetoevoer. Dat is zo verholpen. Waar komen jullie vandaan?'
'Nederland?' Hij schudt ons de hand. Hij heeft in Den Haag op de ambassade
gewerkt en wordt volgende week overgeplaatst naar Sydney. En waar gaan
we heen? De juwelenwinkel? 'You lucky people,' zegt hij. Hij toont zijn
gouden ringen met enorme robijnen. 'Zo betaal ik al mijn vakantiereizen,'
zegt hij, 'door de juwelen die ik hier koop in het buitenland weer te
verkopen.' 'Je moet vooral robijnen kopen,' raadt hij aan, 'daar is veel
vraag naar. Koop vooral setjes - ring, ketting en oorbellen - dat verkoopt
goed.' Ik vraag hem naar een adres in Sydney waar je de juwelen weer zou
kunnen verkopen. Hij krabbelt wat in mijn notitieboekje. 'Je kunt ze ook
prima aan het Damrak in Amsterdam verkopen,' zegt hij. Het tuk-tuk motortje
gromt weer, we nemen afscheid, en gaan opgewekt naar het volgende juwelenadres.
|