Arbeidskundige geneest milde depressie
Wie last heeft van milde depressieve
klachten kan beter geholpen worden door een arbeidsdeskundige
dan door een psycholoog, zo blijkt uit TNO-onderzoek (De Volkskrant,
10 juni 2004). TNO Arbeid en Interpolis deden een onderzoek naar
112 zelfstandigen die vanwege psychische klachten al meer dan
een maand van hun werk verzuimden. De groep onderzochten betrof
boeren, fotografen en fysiotherapeuten die zich als eenmansbedrijf
hadden verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Zij deden een beroep
op de verzekeraar.
De groep werd in drieën gesplitst en iedere groep kreeg een
aparte behandeling of geen behandeling. Een groep kreeg behandeling
via cognitieve gedragstherapie. Dit is een methode waarin je leert
anders te denken en te doen. De tweede groep kreeg van arbeidsdeskundigen
advies. Deze gaf de mensen adviezen over stressmanagement, tips
voor inrichting van de werkprocessen en een zelfhulpboek. De arbeidsdeskundigen
gaven als leken psychologisch advies, zoals: schrijf het eens
van je af. De derde groep fungeerde als controlegroep en kreeg
geen advies.
Wat bleek na tien maanden? Iedereen was verbeterd, maar de patiënten
met een arbeidsdeskundig advies waren zes maanden eerder aan de
slag dan de andere twee groepen.
'Dodelijk voor de cognitieve psychologen,'
meende senior onderzoeker Roland Blonk van TNO-arbeid. Maar is
dat wel zo?
Roland Blonk gaat ervan uit dat psychologen praten over klachten,
ze gaan zorgen. De werkhervatting komt later wel, denken ze. Dit
is een vrij grove generalisatie, want wie zegt dat alle psychologen
zo werken?
Bij de organisatie die ik mee heb opgericht, Prometheus, werken
we al vier jaar met een protocol dat cognitieve gedragstherapie
combineert met werkhervatting. We passen dit protocol toe bij
burnout. Wat ernst van de klachten betreft zijn burnout en milde
depressie vergelijkbaar. Om de werkhervatting te bespoedigen arrangeren
we een gesprek tussen leidinggevende en werknemer. Als het even
kan blijven mensen aan het werk en kijken we met de cliënt
en in overleg met de leidinggevende hoe de werkdruk verminderd
kan worden of hoe de cliënt zelf zijn draagkracht op kan
voeren, door bijvoorbeeld meer te sporten en minder alcohol te
drinken.
Ik denk niet dat het onderzoek uitwijst dat het uitmaakt of een
psycholoog of arbeidsdeskundige de behandeling doet. Belangrijk
is welk protocol je hanteert, hoe snel je intervenieert en hoe
je de werkgever of leidinggevende erbij betrekt.
Nog even terzijde: uit het bovengenoemde onderzoek blijkt dat
arbeidsdeskundigen soortgelijke technieken gebruiken als psychologen
doen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat bibliotherapie (het
lezen van een zelfhulpboek, bijvoorbeeld In de put en uit de put)
bij milde depressieve klachten goed werkt. Eveneens blijkt uit
onderzoek dat stressmanagementtechnieken, ontspanningsoefeningen
en meditatie zeer effectief zijn.
Het lijkt me goed als een dergelijk onderzoek niet leidt tot het
uitspelen van beroepsgroepen, maar vooral tot goede, getoetste
protocollen. Dat is het doel waar we gezamenlijk aan moeten werken.
Want wie weet kan er nog wel effectiever hulp geboden worden dan
de arbeidsdeskundige het nu doet.
Wat ik wel nuttig vind van het bovengenoemde onderzoek is dat
het de vraag opwerpt wanneer iemand gezien moet worden door een
psycholoog. Het is in feite een pleidooi voor het normaliseren
van vastlopen op het werk en de daarbij behorende stressklachten.
Voor een grote groep mensen zal het voldoende zijn om stil te
staan bij wat ze ervaren en dan na te gaan hoe ze hun energie
kunnen mobiliseren en alternatieven voor de vastgelopen situatie
kunnen bedenken en uitvoeren. Dit helpt het verzuim te demedicaliseren.
|