De achilleshiel
van de dertiger
(Eerder verschenen in Opzij, mei
2002) Wat is er met hoogopgeleide dertigers aan de hand?
Ze kunnen zoveel, maar knappen af op schijnbaar onnozele
dingen. Neem Silvia, hoofd verkoop van een multinational.
Ze is 34, getrouwd met een leuke man en heeft een zoon van
twee. Ze heeft net een succesvol project achter de rug waarin
medewerkers werden getraind in een nieuwe verkoopstijl.
Thuis loopt alles op rolletjes, de taken zijn eerlijk verdeeld:
's avonds samen strijken, ieder op een eigen strijkplank.
Maar dan: op kantoor wordt de ruimte opnieuw ingedeeld.
Ze heeft geen eigen plek meer, maar zit in de kantoortuin.
Sylvia kan het niet aan en blijft maar huilen. Iets dergelijks
overkomt Karin, 33, succesvol consultant bij een klein en
gezellig headhunters bureau. Op de dag dat ze hoort dat
het bedrijf opgekocht is door een grote, meer commerciële
organisatie, knapt er iets: ze meldt zich ziek en blijft
een jaar thuis. En dan Fauzia, 33. Ze werkt bij een bank,
waar ze een interne financiële opleiding volgt. Ze
haalt de hoogste cijfers en helpt anderen bij het voorbereiden
van hun examens. Dan haalt ze opeens een 3 voor een examen
dat ze een maand later kan herkansen. Haar wereld stort
in. De ene paniek aanval volgt op de andere. Ook zij meldt
zich ziek.
Wat is er met deze vrouwen aan de hand. Het zijn geen doetjes.
Maar waarom kan een kleinigheid ze dan toch vellen? Verwend
kun je ze niet noemen, maar wel lijken ze gepamperd door
hun eigen succes. Binnengehaald als veelbelovende jonge
werknemer, worden ze direct opgezadeld met grote verantwoordelijkheden.
Van de ene dag op de andere verwisselen ze spijkerbroek
voor mantelpak. Tussen hun vijfentwintigste en hun vijfendertigste
voltrekken zich alle highlights van hun leven: een pijlsnelle
carrière, een vaste relatie, huis kopen en dan nog
het min of meer extravagante uitgaansleven en de verre reizen,
die horen bij hun leefstijl. Waarbij de vraag wel of geen
kinderen als een hoogspanningsdraad dwars door alles heen
loopt. Als alles zo flitsend gaat, ga je je vanzelf belangrijk
voelen. Uit een ronde tafel conferentie van dertigers, eind
2001 georganiseerd door B&A, een mobiliteits- en loopbaanadviesbureau,
blijkt dat dertigers meer dan wie ook, graag over zichzelf
praten en over de zaken die hen bewegen. Van hun leidinggevenden
verwachten ze dat ze met hen meedenken. En zoals een kind
dat te snel volwassen wordt haar gevoel voor humor verliest,
zo verliest de dertiger die te snel de top bereikt haar
gevoel voor zelfrelativering: als er even iets op haar weg
komt dat haar gevoel voor eigenwaarde krenkt, voelt ze zich
weggevaagd. Ze hebben hun eigen grenzen niet leren kennen.
En die kunnen ze ook moeilijk leren kennen: als ze hun ene
target hebben gehaald, wordt er weer een nieuwe, nog scherpere
target vastgesteld. Zo wordt het zicht op hun eigen mogelijkheden
hun achilleshiel in deze ratrace
|