| |
EO propageert doemdenken over burnout
'Een burnout die bijna fataal afliep',
zo luidde de aankondiging van het programma met de titel 'Burnout',
dat de EO maandag 8 september uitzond. De kijker kreeg het relaas
te zien van predikant Adrian Verbree, die in 1996 instortte en
volgens eigen zeggen vijf jaar lang een psychisch wrak was. Hij
liep regelmatig met gedachten aan zelfmoord rond, had psychotische
ervaringen en stemmingsstoornissen. Erg genoeg, maar het zijn
verschijnselen die niet bij burnout horen. Met zo'n programma
schetst de EO een doemscenario van burnout, waarvan je op zijn
minst kunt zeggen dat het volstrekt niet representatief is. En
dat is erg: niet alleen krijgt het publiek een verkeerd beeld
van burnout, het helpt mensen die werkelijk aan burnout lijden
van de wal in de sloot; ze krijgen het idee dat je niet of nauwelijks
van het ziektebeeld af kunt komen en dat het ook nog eens tot
zelfmoord gedachten zou kunnen lijden. Volstrekt schadelijke desinformatie
dus.
Verbree zegt dat het was alsof in een
klap met een hand de stekkers uit zijn nek werden getrokken. Hij
was in gesprek met een paar ouderlingen van de kerkeraad. Een
stressvol onderwerp stond op de agenda: verhoging van zijn tractement
(salaris van een predikant). Hij raakte de draad kwijt, de geluiden
kwamen van ver. Een toestand van vervreemding, aangrijpend in
beeld gebracht. Kort daarop gebeurde het nog een keer in de Gamma,
terwijl hij op zoek was naar een spankabelset. Alles vloeide in
elkaar over, alweer vervreemding. Een andere keer zag hij tijdens
het lopen in een bos ieder blaadje van een beukenboom, het leken
er wel een miljoen. Het was een afschuwelijke ervaring. Hij zegt:
'Het was alsof een horde maden door je ogen in je hersens probeert
te komen'. De documentairemaker Bert Vos concludeert aan het einde
van de film dat Verbree waarschijnlijk nooit meer de oude wordt.
Wat kan je op basis van de documentaire
stellen dat er aan de hand is? Wat pleit er voor burnout, wat
tegen? Een aantal zaken zal iedereen die burnout is geweest of
er kennis van heeft herkennen. De werkweken van 70 uur, groot
plichtsgevoel, schuldgevoel als je merkt dat er niet zoveel werk
meer uit handen komt, verkrampt omgaan met je vrije tijd, overgevoelig
voor licht en geluid, vervreemd voelen van je omgeving, je karakter
weg, je persoonlijkheid verdwenen. Dat het proces al jaren gaande
is en dat je steeds maar denkt dat je straks wel meer vrije tijd
zult hebben en dat dan de moeheid wel over zal gaan, is ook zeer
typerend voor burnout. Daar komt nog bij dat predikanten als groep
gevoelig zijn voor burnout.
Vanwaar dan mijn bedenkingen tegen deze
diagnose en het idee dat de EO foute informatie verstrekt? Dat
heeft onder andere te maken met de dramatische toonzetting van
de documentaire en de slachtofferrol van Verbree. De beelden van
de suicidale dominee, die maar hoopt dat op de onbewaakte overgang
de bellen niet zullen gaan zodat de 'blauwwitte rups' hem zal
grijpen, zijn sensationeel. Ze maken een onvergetelijke indruk,
waarschijnlijk ook op zijn vijf kinderen. De dag was voor Verbree
zwarter dan de nacht en hij hoopte dat een hartinfarct of een
hersenbloeding een einde aan zijn leven zou maken. De suicidaliteit
en de verstoorde stemming horen niet bij burnout, maar zijn kenmerkend
voor een depressie. Ook het feit dat de medicijnen, voorgeschreven
door een psychiater, hem hielpen, wijzen op een depressie. Daarnaast
wijst de woede die hij tegen zichzelf richt op een narcistische
krenking, die ook bij een depressie vaak voorkomt.
Burnout is geen ziekte die vijf jaar
duurt, die mensen zo wanhopig maakt dat ze zichzelf van kant willen
maken en die mensen blijvend beschadigt. 90 tot 95% van de mensen
die aan burnout lijden, herstelt met deskundige begeleiding binnen
een half jaar. De groep die langer over het herstel doet, lijdt
vaak aan een depressie. De verstoorde stemming staat voorop, niet
de uitputting. Natuurlijk, ook depressieve mensen zijn moe, net
zoals mensen met een burnout somber worden doordat ze vermoeid
zijn.
Mensen die naar de documentaire 'Burnout' kijken kunnen zich herkennen
en de doemgedachte hebben dat het bij hen ook heel lang gaat duren,
als ze er al vanaf komen. De maker van de documentaire, Bert Vos,
zei me: 'dat is het probleem van de kijker, die kan eruit pikken,
wat hij wil.'
Overigens heeft Bert Vos wel gepraat
met de behandelaars van Adrian Verbree en gevraagd of ze hun diagnose
voor de camera wilden toelichten. Dat wilden ze niet, vanwege
hun beroepsgeheim. Dat is erg jammer, want daardoor ontbreekt
reflectie op de diagnose. In dit mediatijdperk past een dergelijke
terughoudendheid niet meer. Nog een pluspunt voor de EO is dat
ze met de nazorg de kijkers (vooral de vrouwen van burnoutpatienten
belden) een goede service bieden. Maar het geeft toch een wrange
nasmaak: eerst heel bang maken en dan praten over wat het geloof
vermag als hulp in droeve tijden.
|