Solliciteren naar je eigen baan.
Eric , sectormanager van een grote gezondheidsinstelling, moet, net als zijn collega's, van wege een fusie solliciteren op zijn eigen functie. Hij heeft er alle vertrouwen in dat hij in zijn functie kan terugkomen, en verwacht dat hij nog wel promotie zal maken. De manager van de andere organisatie is jong en onervaren. Eric is 50 en heeft al 25 jaar managementervaring.
De klap is dan ook groot als Eric te horen krijgt dat hij nog niet toe is aan een managementfunctie. Hij moet zelfs een stapje terug doen. Hij moet weer als hulpverlener gaan werken. 'Wees blij dat je nog werk hebt', krijgt hij te horen. 'Heel wat van je collega's zijn na het assessment ontslagen.'
Maar Eric is helemaal niet blij. Hij heeft slapeloze nachten, reageert uiterst emotioneel op kleine tegenslagen en is ongemotiveerd. 'Ik kan veel hebben', zegt hij. 'Onlangs is een vriend van me overleden. Dat was ook een grote klap. Maar goed, daar kom je overheen. Maar zo'n vernedering op mijn werk, vind ik onverdraaglijk, iedere dag word je ermee geconfronteerd. Ik moet nog twaalf tot dertien jaar werken, dan pas kan ik met pensioen. Ik moet nu alweer de vierde manager inwerken. Het is werk dat ik zelf prima zou kunnen doen. Ik begrijp niet waarom ik hiervoor gepasseerd ben.'
Eric meldt zich aan voor hulp. Hij voelt zich gekrenkt, vernederd, en machteloos. En hij is boos en angstig. Hij is geneigd niet meer dan wat nodig is, en wordt boos als de organisatie iets meer van hem verwacht. 'Eerst maken ze je kapot', zegt hij, 'en dan willen ze ook nog dat je je best doet.'
Maar hij ziet ook wel in dat hij de rest van zijn carrière niet zo kan blijven doorwerken.
'Uiteindelijk ben ik zelf het slachtoffer van mijn eigen houding', zegt hij. 'Ik ga nooit meer met plezier naar mijn werk. Maar ik weet ook niet hoe ik het moet veranderen.'
Wat Eric is overkomen, ken ik uit eigen ervaring. Ook ik solliciteerde op mijn eigen managementfunctie, kreeg te horen dat ik hem wel mocht vervullen, maar op proef en met regelmatige beoordelingsgesprekken. Ik ben accoord gegaan, maar ben snel van baan veranderd. Eric vindt dat geen mogelijkheid, hij is begin 50 en de arbeidsvoorwaarden zijn beter dan bij menig ander bedrijf.
Wat voor Eric belangrijk is, is dat hij beseft dat hij een keuze heeft. Hij kan opstappen of blijven. Beide keuzes hebben hun eigen consequenties. Als hij opstapt, zal hij misschien minder gaan verdienen, maar hij houdt zijn gevoel van trots. Als hij blijft heeft hij in ieder geval een baan. En het wordt nog goed betaald ook.
'Ze hebben me toch nodig', zegt hij, en dat geeft me wel een goed gevoel. Mijn werk doe ik goed en het werk op zich vind ik leuk. M'n loon is gegarandeerd, dus echt financieel nadelig is het niet.' |