| |
Mannen missen emancipatorische
beweging
Jonge vaders met kleine kinderen
lopen meer risico door het ouderschap burnout te raken dan
jonge moeders. Dit kwam uit het onderzoek Jong, Hoogopgeleid
en Burnout van Marlies van Kordelaar, stagiaire bij Prometheus
en studente van de universiteit van Maastricht. Zij keek
vooral naar verschillen tussen mannen en vrouwen, interviewde
daarvoor cliënten en 'gezonde' mensen uit hetzelfde
bedrijf. Haar onderzoek was vooral bedoeld om meer te weten
te komen over de reden waarom meer dan twee keer zoveel
jonge hoogopgeleide vrouwen in de WAO terecht komen dan
mannen. Komt het door hun moederschap, het perfectionisme,
de tegenwerking op het werk, het Glazen Plafond of de Plakkende
Vloer? Tot haar verrassing kon ze op grond van de resultaten
niet zo goed voorspellen waarom vrouwen vaker in de WAO
terecht komen dan mannen. Zoals ik eerder in een column
meldde, was het enige opvallende verschil dat vrouwen vaker
parttime werken dan mannen (dit is overeenkomstig het landelijk
gemiddelde: van de vrouwen werkt tweederde parttime, van
de mannen 10 procent). Maar daar wilde ik het niet over
hebben, er zit nog een ander interessante uitkomst in het
onderzoek van Van Kordelaar en dat is dat jonge vaders een
verhoogd risico lopen om burnout te raken door hun ouderschap.
Bij hen correleerde hun score op vragen over combinatie
van werk en kinderen met de score van uitputting. Bij de
vrouwen was deze correlatie afwezig.
Onlangs zag ik Vincent, begin dertig, leidinggevende, die
kort na het begin in zijn nieuwe functie instortte. Wat
was er aan de hand? Hij had een baby gekregen, had ouderschapsverlof
opgenomen en had in die tijd een keuze willen maken over
hoe hij zijn loopbaan verder zou invullen. Weliswaar was
hij net in een nieuwe functie gestart, maar het was bij
hetzelfde bedrijf en hij vroeg zich af of het niet tijd
was om een hele andere stap te maken. Tot zijn verbazing
was hij in de tijd dat hij voor zijn kind zorgde helemaal
niet toegekomen aan zichzelf. Toen hij na het ouderschapsverlof
terugkeerde in zijn werk, wist hij nog steeds niet wat hij
verder wilde. Vier weken later knapte hij af.
Dit overkomt niet alleen Vincent, maar ook andere jonge
vaders. Bij de komst van een kind stellen ze zich er niet
op in dat een kind hun hele leven op z'n kop zet, maar ze
denken nog steeds op dezelfde manier te kunnen blijven werken,
ook al zorgen ze voor hun kind. Hierin verschillen ze van
jonge moeders, die er al bij voorbaat van uitgaan dat de
komst van de kleine veel van ze zal vergen en ze daarom
al bij voorbaat moeten bedenken hoe ze de zaakjes voor elkaar
zullen krijgen. Zij komen vaak in de problemen als er onverwacht
iets verandert: het kind is ziekelijk is, huilt veel en/of
de relatie komt onder druk te staan, bijvoorbeeld door een
buitenechtelijk contact.
Voor een goed verloop van de reïntegratie va Vincent
organiseerde ik een gesprek tussen hem en zijn leidinggevende.
Het bleek een waar Mars-Venusgesprek, maar dan tussen mannen.
De leidinggevende van Vincent was een man van achter in
de vijftig, getrouwd, vrouw thuis, kinderen het huis uit.
Hij sportte veel en kon zich eigenlijk niet zo goed voorstellen
wat burnout was. Vincent probeerde het uit te leggen, z'n
verwachting over het ouderschapsverlof en hoe het was tegengevallen
en hij eigenlijk niet aan de volgende stap in zijn loopbaan
had kunnen werken en ook niet had kunnen uitrusten.
Als Vincent een vrouw was geweest, had hij het gemakkelijker
gehad. Hij reïntegreert nu wel, maar niet meer als
leidinggevende. Op zijn plaats was al een ander benoemd.
En dat is nu zijn leidinggevende. Hij is gepasseerd en dat
is mede vanwege de keuze die hij maakt als vader.
Voor vrouwen is er aandacht in een bedrijf, men steunt ze
in het assertief worden, het bekleden van leidinggevende
posities en in de balans tussen werk en privé. Het
kan natuurlijk beter, 4% van de topambtenaren is vrouw en
5% van de topmanagers in het bedrijfsleven is vrouw. Dat
zijn scores die voor verbetering vatbaar zijn. Maar er zijn
meerdere manieren om de ongelijkheid recht te trekken. Het
zou ook vrouwen helpen als de mannen die andere keuze's
maken en kiezen voor het vaderschap kunnen klimmen in een
bedrijf. Het zou erg jammer zijn wanneer zij de kwetsbare
groep worden, uitgesloten van management development programma's,
omdat ze hun carrière onderbreken.
Wat kan een werkgever doen, wat kan personeelszaken doen
voor deze jonge vaders? Ondersteun ze in het werk en het
vinden van de balans, laat ze netwerken, organiseer eens
een workshop (zie ikvader.nl, waar je je gratis voor workshops
kunt opgeven). Wat de mannen zelf kunnen doen is een maatschappelijke
beweging organiseren, iets in de trant van het feminisme.
Dat kan wellicht voorkomen dat de jonge vaders de jonge
vrouwen achterna gaan.
.

|