Gaar als boter
Ik keer terug van vakantie. Voor me
in de trein van Brussel naar Amsterdam zit een grote, sterke,
jonge man. Hij zal een jaar of vijfentwintig zijn. Hij pakt zijn
mobiele telefoon en toetst een nummer in; het is alsof ik niet
ben weggeweest: ik hoor een lang klaagverhaal over vermoeidheid,
opkomende RSI, en burnoutverschijnselen. 'Ik ben zo gaar als boter,'
zegt Neerlands hoop op de bank voor mij. Het verhaal komt me al
te bekend voor. Wat is er met ons aan de hand? Verandert Nederland
langzamerhand in een arbeidershel, of is het in de mode om over
jezelf te klagen?
Bij het doornemen van de kranten lijkt
het met onze arbeidsomstandigheden wel mee te vallen. De werkdruk
is voor het derde achtereenvolgende jaar afgenomen, meldt het
CBS. Werknemers vinden wel dat ze in hoog tempo moeten werken,
maar ze lijden daar minder onder dan in voorgaande jaren. Ook
vinden meer mensen dat ze zich goed kunnen ontplooien in hun werk
en dat de kansen op promotie zijn toegenomen.
In de International Herald Tribune had
ik al gelezen dat Europeanen veel minder werken dan Amerikanen.
De Duitsers werken het minst, zo stelde het bericht: 1577 uur
per jaar, dan komen de Fransen met 1605 uur en de Engelsen met
1663 uur. Dat is niks vergeleken bij de Amerikanen die ruim 1900
uur per jaar werken. Nederland komt in dit onderzoek niet voor.
Cijfers van het CBS laten zien dat wij ruim onder het aantal uren
van hekkensluiter Duitsland zitten met 1352 gewerkte uren in 2000.
Cijfers van het eerste kwartaal van 2003 duiden zelf op een lichte
teruggang.
Waarom dan nog geklaagd? Zijn wij eigenlijk
wel tevreden, maar durven we dat niet hardop te zeggen? Nog niet
zo lang geleden kwam je goed voor de dag als je zei dat je het
erg druk had. Druk, druk, druk wilde zeggen dat je onmisbaar was.
Met alle aandacht voor burnout werkt dat niet meer. Wie nu met
een vrolijk gezicht beweert het druk te hebben, lijkt met open
ogen in de burnout valkuil te lopen. Zo naïef willen we niet
overkomen, en dus zeggen we maar alvast dat we al die verschijnselen
van burnout al bij onszelf herkennen en een rsi'tje voelen opkomen.
De boodschap is dan duidelijk: ik heb het druk, maar ben me bewust
dat ik goed voor mezelf moet blijven zorgen. En misschien ook
wel: doe geen beroep op mij, want wat ik nodig heb is rust.
Objectief gezien lijkt er weinig reden
tot klagen. Dat is een prettig vooruitzicht na de vakantie: werken
is weer leuk.
Deze column verschijnt in het augustus/septembernummer
van Rendemens
|