Goedesmorgens, baas
Twee jaar geleden zag ik Sander voor het
eerst (Column 'Zie je
baas als een slang' 16-07-2001, ). Sander vatte toen
zijn eigen gedrag samen in de woorden: 'grote bek en bot gedrag'.
Dat had hij altijd al zo gehad, en hij betwijfelde of dat ooit kon
veranderen. Hij kwam erdoor in de problemen, het ministerie waar
hij werkte schoof hem als een hete aardappel van de ene afdeling
naar de andere en had hem uiteindelijk voor outplacement aangemeld.
Men wilde van hem af. De outplacementadviseur had hem naar mij doorgeschoven,
want het botte gedrag zou hem ook in een nieuwe baan in problemen
brengen. Ik had een hard hoofd in de behandeling, zag Sander als
een stukje vuurwerk dat op het randje van ontploffen stond.
Nu twee jaar later zat aan tafel een hele andere Sander, rustig,
beheerst, tevreden met z'n werk. Wat kwam hij doen? Hij had mijn
aanbod serieus genomen, om na eerst zelf aan de slag te gaan met
de tips van de behandeling zich na een paar jaar opnieuw te melden
voor een opfrissessie. Hij werkte nog steeds bij hetzelfde ministerie,
z'n tijdelijke aanstelling was omgezet in een vaste en mensen waren
tevreden over hem en zeiden dat ook tegen z'n leidinggevende. Hoe
had hij dat voor elkaar gekregen? Iedere dag had hij zichzelf eraan
herinnerd dat het hem er om ging mensen voor zich te winnen en ze
een complimentje te geven. Die strategie had uitstekend gewerkt,
maar
van binnen voelde hij zich er niet lekker bij. Hij vroeg
zich af of hij niet nog wat verder kon komen, zodat hij niet alleen
het rationeel denken kon toepassen, maar zich er ook nog prettig
bij kon voelen.
Een bekend probleem: je kunt rationeel denken goed toepassen, maar
je voelt je toch nog gekwetst als de baas op de gang je zonder groeten
voorbijloopt. Ook al zeg je tien keer tegen jezelf: 'hij kan in
gedachten verzonken zijn, het is niet tegen mij gericht', het voelt
anders. Het is natuurlijk een beetje een domper, als je als therapeut
hoort dat het rationeel denken iemand na twee jaar nog geen beter
gevoel geeft. Je bereidt je cliënt altijd wel voor op het feit
dat het even kan duren voordat het anders aanvoelt, maar zolang
Standaardvoorbeeld
is: als vanaf nu het rode stoplicht 'doorrijden' betekent, voelt
het niet prettig erdoor heen te rijden. Het duurt een tijdje voordat
een rood stoplicht hetzelfde voelt als wanneer het licht op groen
springt. Flink oefenen met rationeel denken en dan komt het gevoel
vanzelf wel. Niet dus.
Is Sander misschien een perfectionist? Wat wil hij nog meer, hij
doet het toch goed in z'n werk? Toch heeft hij wel een punt, wijst
hij met z'n vraag erop hoe de behandeling nog beter kan. Ook al
reageert hij anders, kijkt hij anders tegen andere mensen aan, toch
is hij niet wezenlijk anders over zichzelf gaan denken. Hij groeide
op als kind van een goedopgeleide vader (academicus) in een arbeiderswijk.
Ze hadden de eerste auto van de straat, gingen voor het eerst naar
de Middellandse Zee op vakantie, vader had altijd in de zomer zes
weken vrij. Ze waren anders dan anderen, mochten ook niet spelen
met kinderen uit de buurt. Dat besef van 'ik ben anders, stel meer
voor dan een ander' is eigenlijk nog steeds aanwezig. Krenkend zijn
de situaties waarin hij zich als minder behandeld voelt. Hij houdt
zich in, gedraagt zich goed, maar het vreet aan hem, er blijft nog
een gedachte onuitgedaagd: ik stel meer voor dan jij, ik ben anders.
Vanuit zelfacceptatie met humor reageren op de ander, wordt de volgende
stap voor Sander. Rustig tegen je baas die je voorbijloopt zeggen:'
Hé, zie je me vandaag niet zitten?' Nu de botte kanten ervan
af zijn, is het voor Sander van belang zich te trainen in sociaal
vaardig gedrag, waar hij zich prettig bij voelt. Voor het uitbreiden
van een dergelijk gedragsrepertoire hoef je niet eens in therapie,
je kunt ook improvisatielessen toneel volgen of naar Jiskefet kijken. |
|