| |
Grenzeloze
hulpverlening
'O ja, ik wilde u nog iets vragen',
zegt Patrick, als ik afscheid van hem wil nemen omdat zijn
behandeling is afgesloten.
'Zou u voor mijn broer Edwin kunnen regelen dat hij een
ontheffing krijgt om autogordels te dragen?'
Ik kijk Patrick vragend aan.
'Omdat mijn vader hem altijd met riemen sloeg, kan hij er
absoluut niet tegen om in de riemen te zitten.'
Ik ken die ontheffing, maar zou niet weten hoe de procedure
gaat. Bovendien heb ik helemaal geen zin om zo'n dienst
te verlenen, er gaat veel te veel tijd in zitten. Ik moet
eerst nog maar zien hoe ernstig het is.
'Ik heb daar nu geen tijd voor,' zeg ik, 'maar ik kan u
wel het adres geven van een psychiater die vaker met dat
soort dingen te maken heeft.'
'Wanneer heeft u wel weer tijd?'
'Over drie maanden pas.'
'Is goed, laten we dan een afspraak over drie maanden maken.
U kent onze gezinssituatie, dat scheelt weer tijd, dat praat
makkelijker.'
Ik loop met Patrick mee naar de secretaresse en laat de
afspraak vastleggen.
Edwin heeft mijn mobiele nummer
van zijn broer doorgekregen. De eerste keer dat hij belt
wil hij weten wat het gaat kosten. Een paar dagen later
belt hij weer.
'Krijg ik de kosten van het gesprek vergoed door de verzekering?'
wil hij weten.
Volgende telefoontje: 'Heb ik een verwijsbriefje van de
huisarts nodig?'
Weer een dag later: 'Kunt u van het eerste gesprek niet
gewoon een intake maken, dan krijg ik het vergoed.'
Zelfde dag: 'De afgesproken tijd komt me wel heel slecht
uit, zou het echt niet eerder kunnen?'
Er is een afspraak vervallen, dus dat kan.
Dag van de afspraak: 'Ik kan vandaag toch niet. Laten we
het maar op de oorspronkelijke datum houden.'
Tijdens het gesprek: 'Waarom wilt u dat allemaal weten?
Waarom schrijft u dat op?
Ik heb toch alleen
een briefje nodig dat ik die gordels niet kan dragen.
Wat kan het u schelen dat ik gescheiden ben en toch met
mijn vrouw in één huis woon en met haar op
vakantie ga.'
Ik schrijf een rapport, een intakeverslag en zorg voor doorverwijzing.
Alleen de gesprekskosten breng ik in rekening. Edwin moet
tenslotte van een uitkering rondkomen.
Het daarop volgende weekend belt Edwin opnieuw.
'Bel maandagochtend maar terug', zeg ik, 'ik ben nu aan
het eten.'
'Kan ik na het eten niet terugbellen?'
'Nee, dan ben ik naar een concert.'
Maandagochtend is Edwin de eerste die belt. 'Er zitten een
paar spelfouten in het verslag,'zegt hij.
'Ik ben het zat,'zeg ik. 'Ik verander geen jota aan dat
rapport. Ik ben al veel te veel tijd kwijt aan deze kwestie.
U kent uw grenzen niet. Ik wil hier niets meer mee te maken
hebben.' Ik ga tegen hem tekeer alsof hij een stalker is.
Ik verbreek de verbinding en schaam me kapot. Wat een onprofessionele
opstelling. Het zal me niet verbazen als Edwin mijn gedrag
ziet als een herhaling van wat zijn vader hem heeft aangedaan.
En dan nog iets. Met open ogen ben ik in de door mijzelf
beschreven burnoutvakuil getuimeld: helpen omdat er een
beroep op je wordt gedaan, terwijl je voelt en weet: dit
gaat te ver, dit moet ik niet doen. En dan toch doorgaan
omdat je eenmaal ja hebt gezegd.
Niet vergeten dus: zakelijk blijven, vooral in de hulpverlening

|