De ambivalente gevoelens van een patiënt
Niets kan je bozer maken dan ziek zijn.
Niet alleen op je ziekte, maar ook op je omgeving. Je kunt weinig
en bent erg afhankelijk van anderen.
Precies een week geleden, op maandag 7 april, zwaait mijn broer
mij uit en rijden twee verpleegkundigen mij in straf tempo de
operatiekamer in. De laatste woorden die ik hoor, zijn: 'We kunnen
de operatie nu wel in gang zetten.' Twee chirurgen en een team
verpleegkundigen halen mijn linkernier eruit en brengen deze over
naar de buik van mijn broer. De nier werkt als een tierelier,
het grijs kleurt rood en er komt plas uit.
Ik verlaat het ziekenhuis donderdagmiddag, mijn broer volgt als
het goed gaat deze week.
Overdag ben ik opgewekt, kan de pijn goed aan en voel me een trotse
moeder omdat ik mijn broer de kans op nieuw leven heb gegeven.
's Nachts is het een ander verhaal, ik val steeds kort in slaap,
heb last van nachtmerries waarin ik me bedreigd voel of me schaam,
omdat ik niet in de gaten heb dat ik met gaten in m'n kleding
loop.
Ik ben erg boos om de fouten die er zijn gemaakt voor en na de
operatie en tegelijkertijd geneer ik me over mijn woede. Iedereen
doet toch zijn best en zorgt toch zo goed voor ons? Een voorbeeld
van wat me boos maakt. Ter voorbereiding van de operatie hadden
mijn broer en ik een afspraak met degene die je onder narcose
brengt, de anesthesist. Voor de afspraak kregen we onze dossiers
mee. We liepen over de ziekenhuisgangen en mijn broer bladerde
in zijn dossier. 'Hé', riep hij verbaasd uit,'hier staat
dat ik een whiplash heb gehad, een maagbloeding en in mijn studententijd
,
nou ik zal maar niet verder lezen.'
Toen we terugkwamen op de afdeling had de anesthesist al woedend
naar de nefroloog (de nierziekte-arts) gebeld, omdat cruciale
gegevens, zoals bloeduitslagen en bloeddruk, in het dossier ontbraken.
Gelukkig beschikken mijn broer en ik over een goed geheugen en
konden we zelf een aantal ontbrekende gegevens aanvullen. De nefroloog
mompelde dat de anesthesist nog dacht dat we in het stenen tijdperk
leefden en dat ze kennelijk nog nooit van een computer had gehoord,
maar schrok toch toen we zeiden dat ons toch ook wat rare dingen
in de dossiers waren opgevallen. Bijvoorbeeld dat in mijn dossier
een tekeningetje stond waarop ik als man was afgebeeld met een
dialyseslangetje. De gegevens over lengte en gewicht (1meter 62
en 60 kilo) klopten wel. De nefroloog bladerde het dossier door
en moest lachen. Het tekeningetje leek ook zo absurd, omdat er
vlak erboven was geschreven dat ik een goede gezondheid had en
dat er met mijn buik niets bijzonders aan de hand was. Wel zuchtte
hij en zei dat het eigenlijk om te huilen was: 'Zo worden er verkeerde
benen afgezet.'
Humor als wapen
Mijn broer reageert met humor op dit soort zaken. Toen zich bij
hem een vrouw aandiende met acht lege buisjes om bloed af te nemen,
en hem bleek dat ze bij mij moest zijn, belde hij even later met
de vraag: 'Is die vampier al bij jou geweest?' Ook ik kon er wel
de humor van inzien toen dezelfde vrouw opmerkte dat het niet
lukte bij mij bloed af te nemen, omdat m'n aders verkeerd liepen.
Ik had al eens eerder gehoord dat er kronkels in liepen, maar
verkeerd
Maar ook woede
De woede houdt me uit m'n slaap en bezorgt me nachtmerries. Ik
moet er dus iets mee. Het meest bevredigend is natuurlijk als
je wraak kunt nemen, maar dat zit er niet zo in als je in de machteloze
positie verkeert van patiënt en bovendien wilt dat ze je
broer goed blijven verzorgen. Een klacht indienen vind ik geen
alternatief, dan zit ik er alleen maar langer mee. Het lukt me
prima de boosheid los te laten als ik opschrijf wat me boos maakt
en daardoor ruimte schep voor andere gevoelens, bijvoorbeeld dankbaarheid.
Daar geef ik uiting aan door mijn boek 'Omgaan met burnout' aan
de afdeling aan te bieden. Dat is ook gepast, want ik ben ervan
overtuigd dat een deel van de fouten te maken heeft met een te
hoge werkdruk. Als ik ze soms van de ene naar de andere patiënt
hoor rennen, heb ik een diep respect voor hun inzet. Ik bied het
boek aan Karima aan, die me de laatste dag heeft verzorgd. In
de personeelskamer leest ze de opdracht voor die ik in het boek
heb geschreven: ' Voor de verpleegkundigen, artsen en specialisten
van F5 Noord, met dank voor de uitstekende zorg.'
|