| |
Ontslagen, wat nu?
Of je op een terrasje zit of in de trein,
overal hebben de mensen het over ontslag. In de trein vertelde
een vrouw verontwaardigd dat een collega was gevraagd ontslag
te nemen voor de ene dag in de week dat ze in de WAO had. De chef
bood haar wel een hoger salaris aan, maar natuurlijk nooit zoveel
als ze kreeg met de WAO-uitkering erbij. Schande. Maar ontslag
kan ook z'n positieve kanten hebben, een crisis zijn, waar je
beter uit komt (zie de Volkskrant, 24 mei).
Afgelopen week sprak ik Antoinette, 38 jaar, die ik ruim twee
jaar geleden gezien had voor whiplash en burnout. Tijdens de behandeling,
terwijl ze in de ziektewet zat, werd ze door haar baas ontslagen.
Met een regeling ging ze eruit. 'Het is weer zover', zei ze nu
met een lach. 'Ik word weer ontslagen.'
In de tussentijd was er veel gebeurd. Ze had weer een baan gekregen.
Ze was met de man met wie ze al zeventien jaar lief en leed deelde,
getrouwd. Een half jaar geleden had ze een zoon gekregen. Nu zag
ze er stralend en gezond uit. Geen whiplashklachten en geen burnoutklachten
meer. Voor haar zwangerschap had ze nog wel een depressief dipje
gehad, maar daar was ze, met behulp van een anti-depressivum voorgeschreven
door de huisarts. weer bovenop gekomen.
'Ik heb een keuzeprobleem rond werk', vertelt ze. 'Ik ben bang
een verkeerde keuze te maken en straks weer ontslagen te worden.
Ik doe iets fout, dit is al de zoveelste keer dat ik ontslagen
word.' Ogenschijnlijk ligt het dit keer niet zozeer aan haar,
haar werkgever vraagt voor vier medewerkers ontslag. Er is te
weinig werk en het bedrijf lijdt verlies. Het gaat om een ontslag
om bedrijfseconomische redenen Toch signaleert ze dat het ook
aan haar ligt. 'Het gebeurt me iedere keer dat ik met de directie
overhoop lig. Ze hebben geen visie, zijn zinloos bezig. In de
retail lijken ze alleen maar met hun handen te werken, niet met
hun hersens.' Zelf is ze een cum laude afgestudeerde bedrijfskundige,
heeft zowel hersens als visie. Ik vraag haar waarom ze niet voor
zichzelf begint.
Ze somt op welke opties ze heeft. Ze heeft bij vier bedrijven
gesolliciteerd en zit er bij twee in de tweede ronde.
Ik herhaal de vraag, waarom ze niet voor zichzelf begint. Daar
wil ze het niet over hebben. Veel te onzeker in deze tijd. Ze
wil alleen met mij bespreken hoe ze de beste keus kan maken voor
een vaste baan. Hoe ze kan voorkomen dat ze weer ontslagen wordt.
Op mijn vraag hoe vast een vaste baan is, begint ze te lachen.
In iedere baan is ze na drie jaar ontslagen. Een eigen bedrijf
lijkt haar bij nader inzien toch wel wat, haar zus is daar ook
mee begonnen en doet het heel goed. Ze begint te stralen: ze kan
als freelancer met een dag per week evenveel verdienen als ze
nu in loondienst verdient.
Wat haar tot nu toe tegenhoudt zijn irrationele gedachten zoals:
'een vaste baan biedt zekerheid' en 'eigenlijk ben ik helemaal
niet goed genoeg'. Achter haar kritiek op anderen schuilt onzekerheid
over zichzelf. Ze vindt zichzelf niet goed genoeg, maar dat wil
ze niet onder ogen zien. Ze projecteert het idee niet goed genoeg
te zijn op haar baas. Niet zij, maar haar baas deugt niet. Reken
maar dat je dan het risico loopt ontslagen te worden.
Ze besluit de eerste baan te nemen die zich voordoet en zich te
richten op de mogelijkheden die de baan biedt en de vaardigheden
die ze er in kan leren. Daarnaast gaat ze een ondernemingsplan
maken voor een eigen bedrijf, zodat ze, als ze over drie jaar
weer ontslagen wordt, haar eigen plan kan trekken.
Door erover na te denken, door na te gaan wat haar eigen aandeel
is in het ontslag, versterkt Antoinette haar vermogen tot handelen
en eigen keuze's maken. Zonder ontslag was die noodzaak er niet
geweest en was ze wellicht blijven hangen in een baan die ze niet
prettig vond en die al eerder leidde tot het gebruik van antidepressiva.
Nu heeft ze het perspectief op termijn eigen baas te worden. Dat
heeft zo zijn voordelen.
|