Perfectionisme: nut en nadeel
De Belgische ontwerper Maarten van Severen, die in 2005 op 48-jarige leeftijd overleed, streefde in zijn ontwerpen naar maximale perfectie in vorm, detail en uitvoering. Die perfectie vond hij uiteindelijk door zo eenvoudig en puur mogelijk te ontwerpen. Binnenkort wordt een stoel van hem geproduceerd, die bestaat uit een gesneden koeienhuid die met bouten over een frame van roestvrij staal is getrokken. De Leather Lounge Chair 04 ziet eruit als een ranke ligstoel, gaat lekker zitten, maar daar gaat wel een paar jaar overheen.
Van Severen kon als maximale perfectionist jaren schaven en schuren aan een ontwerp. Zijn reputatie als ontwerper dankt hij meer aan de kwaliteit van zijn werk dan de kwantiteit. Wellicht dat hij, als hij wat minder perfectionistisch was geweest, meer had geproduceerd. Dit geldt zeker voor de perfectionistische kunstschilder die geportretteerd wordt in het recent verschenen boek 'De mythe van perfectionisme'. Stijn Smissaerts schilderijen lijken niet door een perfectionist gemaakt. Ze ogen onaf en wat het voorstelt is vaag. In de afgelopen elf jaar verkocht hij 3 schilderijen. Een koper haakte af, omdat Stijn het schilderij dat hij mooi vond, zelf niet goed genoeg vond en niet wilde verkopen. Hij stelde het maar uit. Stijn Smissaert is het voorbeeld van een falende perfectionist, iemand die weinig produceert, omdat hij de lat steeds te hoog legt
Positieve perfectionist
De positieve perfectionist streeft eveneens het volmaakte na, maar toetst zijn prestatie aan zijn eigen standaard. Een cabaretier doet bijvoorbeeld zo goed mogelijk de premier na, maar gaat daarin niet eindeloos door. Hij stopt bij het gevoel de premier te pakken te hebben. Het oordeel daarover legt hij niet bij anderen neer. Daarnaast stelt hij zich open voor kritiek, maar bepaalt zelf wat hij ermee doet. Het belangrijkste is dat hij zijn streven naar perfectie inzet voor eigen, persoonlijke doelen.
Twee types negatieve perfectionist
De mislukkende perfectionist is een ploeteraar of een uitsteller. De ploeteraar spant zich zo in, dat hij wel vaak een compliment krijgt, maar zichzelf volledig uitput. De uitsteller gaat de strijd niet aan, iets is echt nooit af. Beide types zien het oordeel van de ander als veroordeling en kunnen dan ook moeilijk omgaan met kritiek. Het streven naar kwaliteit zit hen in de weg voor het behalen van persoonlijke doelen.
Aan nadelig perfectionisme liggen angst en verwachting ten grondslag. Je bent bang om te falen, de controle te verliezen of afgewezen te worden. Je voldoet niet aan de hoge verwachting van jezelf of de ander. Het geloof dat je niet goed bent, ontstaat meestal in de jeugd. De een heeft kritische, prestatiegerichte, strenge ouders, de ander wordt gepest op school, weer een ander heeft een broer of zus die in alles beter is.
Hoe ontwikkel je nuttig perfectionisme?
Salvador Dali zei ooit: wees niet bang voor perfectie, die bereik je toch nooit. Accepteer dat een ideale prestatie niet bestaat, dat alles beter kan. Stel jezelf twee vragen: wat is je doel in je leven; hoe wil je aan het einde van je leven herinnerd worden. Wil je herinnerd worden als de beste televisiemaker, schrijver, ondernemer, minister, voetballer, wetenschapper of supermom? Wil je dingen die je alleen maar met grote moeite kan bereiken? Dan heeft het perfectionisme aardig vat op je. Tussen deze zaken en je gelukkig voelen, tevreden met jezelf, bestaat nauwelijks een verband. Sta eens stil bij wat je goed afgaat zonder dat je er overdreven veel moeite voor hoeft te doen. Waar je complimentjes voor krijgt, die je vaak afwimpelt: o, dat is niks, dat stelt niets voor. Zie dat als je kernkwaliteit en ontwikkel de vaardigheden die daarbij horen. Zoals een actrice die net veertig was geworden zei: Ik wil me niet meer toeleggen op alles goed doen, maar doen wat goed voelt.
Verder lezen: Dijk, van B., Anna van Dijk & Rick Carson. (2006). De mythe van perfectionisme , Uitgeverij Thema, €16,95.
Beluister de uitzending van RTVNH over perfectionisme m.m.v. Carien. |