| |
Het privéleven van een therapeut
Alle vier wilden we het doen. Met mijn
broers en zus hebben we erom gedobbeld en het lot viel op mij.
Al het onderzoek is nu achter de rug en als u dit leest, zit ook
de operatie erop. Als het goed gaat, heeft mijn broer dan een
nier van mij waarmee hij nog lang en gezond kan leven. En met
één nier leef ik net zo gezond weer verder. En misschien
ga ik wel een tikje gezonder leven dan voorheen. Een succesvolle
donatie maakt niet alleen de ontvanger, maar ook de gever gelukkiger.
Tot zover mijn sores. Een ander punt is hoe ik als therapeut mijn
cliënten vertel dat ik er een tijdje tussenuit ben vanwege
een nierdonatie. Als cliënt wil je niet dat je therapeut
gaat zeuren over haar eigen kwalen. Toch moet ik in dit geval
duidelijk maken waarom ik de behandeling een tijdje onderbreek.
In eerste instantie reageren cliënten geschokt, boos en bezorgd.
Sommigen uiten hun boosheid zonder omweg en zeggen ronduit dat
ze het maar niks vinden wat ik doe. 'Dat zou ik nou nooit doen,
een nier voor mijn broer, je hoeft jezelf toch niet te verminken.'
Ze denken waarschijnlijk dat ik niet goed bij mijn hoofd ben.
Enkelen richten hun boosheid naar binnen. Ze voelen zich schuldig
omdat ze zelf zoiets niet hebben gedaan toen de mogelijkheid zich
voordeed. Anderen stellen zich op als bezorgde moeder en wensen
mij sterkte - wat heel apart is in de therapeut-cliëntrelatie.
Weer anderen voelen zich ongemakkelijk omdat ze de indruk hebben
dat hun eigen problemen niets voorstellen. Hoe dan ook, de reacties
grijpen diep in op de behandeling. Om daar goed mee om te gaan,
moet ik zelf weten waarom ik het doe.
Tja, waarom? Statistisch gezien ligt het voor de hand dat ik als
vrouw een nier geef aan mijn broer. Uit onderzoek in 40 landen
blijkt dat 43% van alle donoren man is en 57% vrouw. En, misschien
ook niet verbazend: 64% van alle ontvangers is man en 37% vrouw
(gegevens ontleend aan een column van Mike Bos, Transparant, december
2002). In mijn geval had ook een van mijn broers het kunnen doen
als de dobbelsteen anders was gerold. Maar of hun motieven ook
de mijne waren weet ik niet. Voor mij geldt dat egoïstische
en altruïstische motieven onontwarbaar door elkaar lopen.
Ik wil mijn zieke broer niet zien lijden. Integendeel, ik wil
alles doen om de kwaliteit van zijn leven te bevorderen. En ja,
daar wil ik ook erkenning voor. Iemand vroeg: is dat nou ingrijpend
zo'n operatie? Ik kon haar wel de nek omdraaien.
Carien Karsten is psychologe en juriste
|