omgaan met rsi
veel geluk
burnout
whiplash
in dertig dagen...
sabbatical
achtergronden
laatste nieuws
     
 
 
Column  

Het privéleven van een therapeut

Alle vier wilden we het doen. Met mijn broers en zus hebben we erom gedobbeld en het lot viel op mij. Al het onderzoek is nu achter de rug en als u dit leest, zit ook de operatie erop. Als het goed gaat, heeft mijn broer dan een nier van mij waarmee hij nog lang en gezond kan leven. En met één nier leef ik net zo gezond weer verder. En misschien ga ik wel een tikje gezonder leven dan voorheen. Een succesvolle donatie maakt niet alleen de ontvanger, maar ook de gever gelukkiger.
Tot zover mijn sores. Een ander punt is hoe ik als therapeut mijn cliënten vertel dat ik er een tijdje tussenuit ben vanwege een nierdonatie. Als cliënt wil je niet dat je therapeut gaat zeuren over haar eigen kwalen. Toch moet ik in dit geval duidelijk maken waarom ik de behandeling een tijdje onderbreek.
In eerste instantie reageren cliënten geschokt, boos en bezorgd. Sommigen uiten hun boosheid zonder omweg en zeggen ronduit dat ze het maar niks vinden wat ik doe. 'Dat zou ik nou nooit doen, een nier voor mijn broer, je hoeft jezelf toch niet te verminken.' Ze denken waarschijnlijk dat ik niet goed bij mijn hoofd ben. Enkelen richten hun boosheid naar binnen. Ze voelen zich schuldig omdat ze zelf zoiets niet hebben gedaan toen de mogelijkheid zich voordeed. Anderen stellen zich op als bezorgde moeder en wensen mij sterkte - wat heel apart is in de therapeut-cliëntrelatie. Weer anderen voelen zich ongemakkelijk omdat ze de indruk hebben dat hun eigen problemen niets voorstellen. Hoe dan ook, de reacties grijpen diep in op de behandeling. Om daar goed mee om te gaan, moet ik zelf weten waarom ik het doe.
Tja, waarom? Statistisch gezien ligt het voor de hand dat ik als vrouw een nier geef aan mijn broer. Uit onderzoek in 40 landen blijkt dat 43% van alle donoren man is en 57% vrouw. En, misschien ook niet verbazend: 64% van alle ontvangers is man en 37% vrouw (gegevens ontleend aan een column van Mike Bos, Transparant, december 2002). In mijn geval had ook een van mijn broers het kunnen doen als de dobbelsteen anders was gerold. Maar of hun motieven ook de mijne waren weet ik niet. Voor mij geldt dat egoïstische en altruïstische motieven onontwarbaar door elkaar lopen. Ik wil mijn zieke broer niet zien lijden. Integendeel, ik wil alles doen om de kwaliteit van zijn leven te bevorderen. En ja, daar wil ik ook erkenning voor. Iemand vroeg: is dat nou ingrijpend zo'n operatie? Ik kon haar wel de nek omdraaien.


Carien Karsten is psychologe en juriste