| Het effect van RSI-behandelingen
Hoewel steeds meer werkgevers en werknemers
tijd en geld steken in de strijd tegen RSI, zijn de effecten ervan
nog niet bewezen. Dit constateert Brigitte Blatter van TNO arbeid
(www.arbeid.tno.nl/perskamer).
RSI (Repetitive Strain Injury) zijn klachten en aandoeningen aan
nek, schouders en armen. Geen van de interventies tegen RSI is
bewezen succesvol, concludeert zij. Het zou kunnen dat aangepaste
toetsenborden, en een goede werkhouding helpen. Maar ook dat betwijfelt
ze. Wellicht wordt het tijd voor andere onderzoeksideeën.
Zo'n persbericht zet me aan het denken over de behandelde RSI-cliënten
van B&A/Prometheus. Jaarlijkse evaluaties door stagiaires/onderzoekers
laten zien dat onze behandelingen succesvol zijn. Als wetenschappelijk
bewijs telt dit soort uitkomsten niet, want dan moet je de mensen
bijvoorbeeld in twee groepen verdelen, de ene krijgt 'onze' behandeling
en de ander krijgt bijvoorbeeld alleen een behandeling met ontspanningsoefeningen.
Helaas is dit soort onderzoek niet mogelijk binnen een commercieel
bedrijf dat als klant de werkgever heeft. Je zou binnen de kortste
keren je klanten verliezen als je een groep een minder effectieve
behandeling zou aanbieden. Omdat behandelingen als de onze niet
in wetenschappelijk onderzoek worden meegenomen, geef ik even
een toelichting op ontstaan en de inhoud.
Ik was nog maar net met burnoutbehandelingen begonnen toen ik
in 1999 de eerste RSI-cliënten kreeg aangemeld. Hun klachten
betroffen naast de lichamelijke pijn uitgeputheid, problemen met
hun leidinggevende, moeite met nee zeggen, alles perfect willen
doen, altijd maar doorgaan en geen grenzen in acht nemen. Sommigen
hadden jaren hun pijnklachten bestreden met paracetamol. Het persoonlijkheidsprofiel
van burnoutcliënten paste naadloos op de cliënten met
RSI. Ze waren perfecte en loyale werknemers, deden meer dan men
ze vroeg, namen werk mee naar huis, brachten notulen die ze moesten
uittypen als ze dat vanwege de pijn niet konden naar een vriendin.
Kortom, ze stelden alles in het werk om maar door te kunnen werken,
ondanks hun klachten. Na een aantal mensen succesvol behandeld
te hebben met de werkwijze die ik ook bij burnout toepas, ontwikkelde
ik samen met fysiotherapeut Jip Driehuizen een protocol voor de
lichamelijke en mentale klachten (Zie Omgaan met RSI, hoe je voorkomt
dat het chronisch word. Spectrum, 2002).
Het protocol houdt het volgende in:
- de fysiotherapeut besteedt aandacht aan pijn- en fysiek management,
geeft opdrachten en oefeningen en legt uit wat er aan de hand
is. De fysiotherapeut doet een werkplekanalyse en begeleidt een
stappenplan voor werkhervatting;
- de psycholoog verstevigt de balans tussen leven, werk en gezondheid,
introduceert een 7-stappen energieplan en gaat na of er een goede
fit is tussen persoon en werk. Bij gevoelens van machteloosheid
krijgt de cliënt onderricht in de methode van rationeel denken.
Eveneens betrekt de psycholoog de leidinggevende bij het proces
van werkhervatting en faciliteert de communicatie tussen leidinggevende
en werknemer. Daardoor vermindert de drempel tot werkhervatting.
Voorwaarde voor het succes van een dergelijke aanpak is dat fysiotherapeut
en psycholoog als gelijkwaardige partners samenwerken en goed
overleggen; de cliënt moet bereid zijn de RSI-klachten niet
alleen als een fysieke klacht te zien, maar ook als een uiting
van arbeidsgerelateerde, chronische stress, die zorgt voor psychische
klachten.
Ik ben ervan overtuigd dat ook collega's van mij die samenwerken
met fysiotherapeuten dergelijke succesvolle aanpakken hebben ontwikkeld.
Wel vermoed ik dat B&A/Prometheus iets meer dan anderen aandacht
besteedt aan loopbaanonderzoek, zingeving en het betrekken van
de leidinggevende.
Het zou prettig zijn als in onderzoek niet alleen maar wetenschappelijk
bewijs wordt meegenomen, maar ook dit soort interventies die in
de commerciële praktijk succesvol blijken. Wel blijft het
dan moeilijk een antwoord te geven op wat nu de behandeling succesvol
maakt. Je zou bij de aanpak van B&A/Prometheus kunnen zeggen
dat de aanpak werkt, omdat de werkgever betaalt. Die is dan meer
gemotiveerd tot meewerken aan de behandeling en op de werkplek
een succes te maken van de reïntegratie. Misschien betaalt
de werkgever ook alleen maar voor de werknemer die hij niet als
een kneusje ziet. Het zou kunnen, maar voordat we daar een antwoord
op kunnen geven, is nader wetenschappelijk onderzoek nodig, waarbij
de cliënten in twee groepen worden onderverdeeld, bij de
ene groep betaalt de werkgever, bij de andere de cliënt of
de ziektekostenverzekeraar. Als TNO.arbeid dat nou gaat onderzoeken,
werken we graag mee.
|