Secundaire traumatisering
In de meivakantie ben ik naar Zuid Frankrijk gegaan. Ik zou ook een stuk rijden. Ik had daar vreselijk tegen op gezien. Bij het vertrek was ik al bang dat we niet meer levend terug zouden komen. Misschien heb ik net wel mijn laatste intakeverslag geschreven, dacht ik. Het zijn van die gedachten die even door je heen flitsen en waar je nauwelijks aandacht aan besteedt. Als de pluis van een paardebloem zweven ze voorbij. Maar nu zat ik wel met angst en beven achter het stuur en maakte ik de ene fout na de andere. Mijn man nam het stuur maar al te graag over.
De dag voordat we vertrokken, had ik twee mensen behandeld die allebei een zwaar auto-ongeluk hadden gehad. Beiden hadden aan het ongeluk posttraumatische klachten overgehouden, zoals een prikkelbaar stress-systeem, vermoeidheid, slecht slapen, hyperalert. De ene client had na het ongeluk nauwelijks meer adem kunnen krijgen vanwege een ingeklapte long. Hij had het gevoel te gaan stikken. De andere client had een half uur klem gezeten in zijn auto. Hij moest er uiteindelijk uitgezaagd worden. Hij had een enorme angst uitgestaan zo alleen in de auto, bang dat hij er nooit meer uit zou komen. Bij beiden paste ik de oogwenktherapie (EMDR) toe.
Bij EMDR moet de client zich de meest traumatische momenten zo levendig mogelijk voorstellen. Ze voelen de spanning in hun lijf. Ze volgen met hun ogen de hand van de therapeut die ritmisch voor hun ogen heen en weer zwaait. Als de spanning bij de situatie tot 0 is gedaald, koppelt de therapeut aan dezelfde situatie een positieve gedachte, bijvoorbeeld: 'ik heb het overleefd' of 'ik ben sterk'.
De therapeutische interventie lukte bij beide clienten. Maar zonder het in de gaten te hebben, had ik hun spanning overgenomen. Beiden hadden buiten hun schuld een frontale botsing meegemaakt. Ik kon me levendig voorstellen hoe de auto-ongelukken waren verlopen. Ik voelde me erg kwetsbaar en onzeker. Secundaire traumatisering heet dat. Door de verbondenheid met degene die je behandelt of verzorgt, ga je aan dezelfde klachten lijden als de ander. En dat kun je natuurlijk niet hebben als je met 130 over de snelweg rijdt.
Door erover te praten, door van mijn man te horen dat ik goed kan rijden en door een ontspannende vakantie, is de angst gedaald en lukte het me op de terugweg prima te rijden.
Wat zich bij mij in het klein voordeed, ervaren veel hulpverleners in de zorg. Zij worden secundair getraumatiseerd door wat hun cliënt of patiënt heeft meegemaakt, of primair door de toestand waarin een patiënt wordt binnengebracht. Als ze op een gegeven moment niet meer in staat zijn hun werk te doen, krijgen ze de diagnose burnout. Maar wat blijkt? Jaren later is er nog geen herstel opgetreden. Het gaat niet zozeer om burnout, maar om posttraumatische klachten. Als die niet behandeld worden of anderszins aangepakt, komt het neurohormonale systeem niet tot rust en blijven de klachten zoals hyperalert reageren, vermoeidheid en een gevoel van distantie, vervreemding, voortbestaan.
|