Zie je baas als slang
In de wachtruimte van ons bedrijf staat
een grote tafel met daarop een paar computers. Kandidaten surfen
over het net, of bekijken de website van het bedrijf. Sommigen checken
hun e-mail. Medewerkers, consultants, secretaresses en receptioniste
staan wat te kletsen en te lachen aan de bar. Er hangt een ontspannen
sfeer. Plotseling brult een kandidaat: 'Is er hier ook een internetspecialist?'
De medewerkers nemen hem en elkaar verbaasd op. Ben jij een internetspecialist,
of jij? De management-assistent neemt een besluit. Hij zegt: 'Ik
ben het, wat is het probleem?' Hij kan het niet verhelpen, helaas,
de website die de man probeert te bereiken, is nog onder constructie.
Even later zie ik deze kandidaat. Sander is midden veertig, rossig,
een tikje verlegen. Hij werkt bij een groot bedrijf en wordt van
de ene afdeling naar de andere doorgeschoven. Het bedrijf heeft
er genoeg van en wil hem kwijt. De outplacement-adviseur die hem
begeleidt, heeft Sander aangeraden een paar sessies, maximaal vijf,
bij een psycholoog te volgen om zijn emoties beter te leren beheersen.
Want anders komen ook in een volgende baan dezelfde problemen terug.
Een verstandig advies. Het is heel wat voor Sander dat hij dit advies
heeft opgevolgd, want eigenlijk moet hij niets hebben van psychologen,
hij is toch niet gek.
Sander vat zijn eigen gedrag samen in de woorden: 'grote bek en
bot gedrag'. Heeft hij altijd al gehad. Positief geformuleerd: hij
neemt geen blad voor de mond en zegt waar het op staat. Sommigen
komen hier ver mee, maar hun 'botte' gedrag maakt dan vaak deel
uit van een charmante, charismatische, bevlogen persoonlijkheid.
Een soort Pronk.
In de eerste sessie leg ik de geëigende aanpak voor het leren
beheersen van emoties uit. Ik laat hem zien hoe ontspanningsoefeningen
werken en de methode van rationeel denken. Vooral de vragen die
je jezelf stelt, als onderdeel van de rationeel denken methode,
zijn van belang: bereik ik met mijn gedachten en gedrag mijn doel?;
brengt het me niet onnodig in conflict met de ander of mijzelf?
We analyseren het voorbeeld van daarnet, in de wachtruimte. Sander
bereikte met zijn brul dat er iemand kwam aanlopen. Hij had zich
geërgerd aan het geklets en ook daar was een einde aan gekomen.
Maar daarmee was de ontspannen sfeer weg, medewerkers gingen meer
behoedzaam met hem om, wilden een volgende uitbarsting voorkomen.
En dat is niet wat Sander wil, dat anderen hem gaan mijden.
Aan het einde van de sessie krijgt Sander huiswerk mee: hij moet
ontspanningsoefeningen doen, een stresslogboek bijhouden en alvast
wat oefenen met de methode van rationeel denken. Ook geef ik hem
de opdracht iedere dag een complimentje aan een ander te geven.
Dat helpt hem op weg een soort Pronk te worden. Aan het einde van
de sessie heb ik een flinke hoofdpijn. Ik schuif het af op het warme
weer, maar besef dat ik er een hard hoofd in heb met deze cliënt.
Hij is net vuurwerk, staat constant op ontploffen. En de situatie
van in therapie zijn voor probleemgedrag is krenkend, ik verwacht
dus een uitbarsting en trek bij voorbaat al mijn spieren aan voor
een vlucht- of vechtreactie.
Tot mijn verrassing is Sander in het tweede gesprek meer ontspannen.
Hij heeft het huiswerk gedaan, alle papieren keurig geordend. Echt
de smaak te pakken gekregen. Alleen met rationeel denken heeft hij
moeite. Ik pak het standaardvoorbeeld: twee jongens in zee, een
grote golf spoelt over ze heen, de een is bang, denkt te verzuipen,
de ander heeft de grootste lol. Het ligt er maar aan hoe je tegen
de situatie aankijkt of je bang wordt of niet. Sander is nog niet
overtuigd. Ik vertel hem over mijn eigen angst om te duiken en hoe
ik ook worstelde met het rationeel denken, maar er uiteindelijk
uitgekomen ben. Sander bloeit op. Heb je ook gedoken? Ja, uiteindelijk
wel, zelfs acht meter diep. Hij blijkt een enthousiast duiker te
zijn en dat opent onverwachte mogelijkheden voor de emotionele zelfcontrole.
Want als er een activiteit is waar je je emoties onder controle
moet houden is het duiken. Want raak je onder water in paniek en
stijg je te snel naar boven, dan krijg je een klaplong en dat kan
je dood betekenen. Dit overkwam nog onlangs twee ervaren Belgische
duikers.
Sander heeft een panieksituatie meegemaakt op zes meter diepte.
De slang waarmee hij zijn vest opblies was losgeraakt, en hij was
bang niet meer boven te kunnen komen, omdat hij zijn vest niet kon
opblazen. Hij was in paniek, maar verloor niet de controle over
zichzelf, want hij bleef doorademen en kwam, zij het met moeite
en door het afwerpen van de loden gordel, naar boven.
Fantastisch, met die situatie kunnen we aan de slag. Ook het beeld
van het afwerpen van de loden gordel biedt perspectief. Irrationele
gedachten zijn als een loden gordel, in zo'n situatie helpen ze
je niet. Zie je baas als een losgeraakte slang en pas de zelfcontrole
toe die je bij het duiken hebt geleerd. Een veel kortere weg dan
steeds maar die situaties van rationeel denken te moeten maken.
Gewoon een brug slaan tussen het ene gebied waarop je uitstekend
je emoties onder controle hebt en een ander gebied waar je dat niet
hebt. Waar het om gaat is dat je niet onmiddellijk ontploft naar
aanleiding van een opmerking van je baas, maar het hoofd koel houdt.
Helemaal mooi als je dan ook nog je baas een complimentje kan geven
vanwege een mooie blouse of een aardige stropdas. |
|