Stresstypen op organisatieniveau
Organisaties kun je op tal van manieren karakteriseren: naar ontwikkelingsfase, strategie, aangehangen waarden, maar ook naar overheersende stresstypen: door hun bedrijfscultuur of de aard van het werk, trekken veel bedrijven mensen aan die allemaal ongeveer op dezelfde manier omgaan met stress. Enige stress is goed en ook nodig om te kunnen presteren. Pas als de stress te veel wordt, gaat het mis.
Stresstypes in het werk
Turbo: je werkt altijd hard, kunt veel aan en bent zeer productief. Risico: in situaties die jou stress opleveren, schakel je over op een nog hogere versnelling en schieten de stresshormonen omhoog.
Crash/ diesel: je bent ‘de ideale medewerker', betrouwbaar. Je kunt veel dingen tegelijk en gaat als een diesel lang door. Risico: je negeert waarschuwingssignalen en kunt dan instorten.
Hooggevoelig: je bent sensitief en erg talentvol. Risico: kleine gebeurtenissen kunnen je danig uit je evenwicht brengen.
Bore-out/ kluizenaar: je bent een onafhankelijke denker, slim, sommige mensen zouden zeggen ‘een nerd'. Risico: je bent snel onzeker en hebt de neiging om op een lager niveau te presteren dan je kunt, omdat je bang bent onder druk te bezwijken.
Een organisatie die past bij jouw type, daagt jou persoonlijk het meeste uit. In het beste geval is het bedrijf zich tegelijkertijd bewust van de risico's die jij loopt om door te slaan en zorgt het ervoor dat dat niet gebeurt.
Welke organisatie past bij mij?
- Je kunt je voorstellen dat je je als bore-out type op je plek voelt bij een bedrijf waar de collegialiteit groot is en de organisatie van het werk overzichtelijk. Je kunt dan in een veilige omgeving presteren. Je kiest bijvoorbeeld voor de ouderenzorg en niet voor de hectische en risicovolle jeugdzorg. Of voor een functie als stafmedewerker in plaats van leidinggevende. Door je onzekerheid kan de angst kan immers snel hoog oplopen waardoor een gevoel van controleverlies ontstaat. Dan is bevestiging van collega's erg prettig.
- Ben je een hooggevoelig type? Dan kom je goed uit de verf in creatieve beroepen, omdat je vanuit sensitiviteit een topprestatie kan leveren. Denk bijvoorbeeld aan musicus in een orkest of ontwerper in een mediabedrijf. Om te voorkomen dat je uit balans raakt, is het belangrijk dat je werkgever flexibel werken toestaat en dat je bij voorkeur niet fulltime werkt.
- Als multitaskend crashtype voel je je uitgedaagd in een dynamische organisatie waar je veel dingen tegelijk moet doen. Bijvoorbeeld evenementen organiseren. Omdat je de neiging hebt om waarschuwingssignalen te negeren en dan in te storten, zou je werkgever moeten sturen op werkweken van veertig uur en actief ontmoedigen dat je zestig of tachtig uur per week draait.
- Ben je een turbotype, ten slotte, dan kom je het meest tot je recht in organisaties met het adagium: niet lullen maar poetsen. Bijvoorbeeld in de technische sector. Ook jij kunt ontregeld raken, soms bij te veel werk, maar vaak juist als de hoeveelheid werk afneemt. Je gaat maar door en kunt niet meer ophouden. Meestal gaat een lichamelijke waarschuwing vooraf aan de uitputting, zoals een griep of verkoudheid, maar komt het niet tot crashen. Je werkgever moet alert zijn op dit soort signalen. In tijden van minder werk kan hij je detacheren of een opleiding laten doen, zodat je aan de gang blijft. Bij overbelasting moet hij de hoeveelheid taken verminderen, terwijl je wel dezelfde tijd blijft werken. Zo leer je als turbotype gas terug te nemen.
Casus: de turbo-organisatie
Voor een weg- en waterbouwbedrijf gaf ik onlangs een stresspreventietraining. De teammanagers waren vooral turbotypes en hadden amper last van stress, zo bleek uit de vragenlijsten die ze invulden (zie vragenlijst stresstypen op burnin.nl).
Hoe valt dat te verklaren? Je zou kunnen denken dat hun werk niet stressvol was, maar dat bleek niet zo te zijn. Ze hadden allemaal last van energievreters zoals besluiteloosheid in de organisatie, moeilijke medewerkers en soms gebrek aan resultaat en saai en monotoon werk. Ook de buffers tegen stress, de energiegevers, waren de normale: autonomie, leuke collega's, resultaten, humor en erkenning.
De teammanagers kwamen zelf met een verklaring: ‘Het past gewoon bij ons, er heerst hier echt een sfeer van aanpakken. Problemen bagatelliseren we het liefst en als je je ziek voelt, werk je gewoon door.'
Door de crisis was de hoeveelheid werk echter minder geworden de laatste tijd. Daar konden ze veel minder goed mee uit de voeten. Ze bleven actief aanpakken, vechten tegen de bierkaai maar bereikten daar minder mee en raakten uitgeput. Ze realiseerden zich dat er andere types nodig waren in het bedrijf, werknemers die meer op communicatie en acquisitie gericht zijn en misschien wat minder technisch. Een meer hooggevoelig type.
Hun cultuur van ‘niet lullen, maar poetsen' paste echter helemaal niet bij dit gevoelige type. Er zou meer gepraat en geluisterd moeten worden, om ook deze mensen goed tot hun recht te laten komen in het bedrijf. Met coaching proberen ze nu de cultuur wat bij te sturen. |