| De kop in het zand
Helaas is er is geen goed Nederlands
woord voor copinggedrag. Het beschrijft de manier waarop je met
problemen omgaat. Zoek je direct een oplossing, trek je je terug,
zoek je steun bij anderen of houd je jezelf voor dat het allemaal
wel mee zal vallen?
Onlangs begeleidde ik een onderzoek naar het verschil in copingstijl
tussen mannen en vrouwen. Er deden 46 vrouwen en 38 mannen aan
mee. De vrouwen bleken meer dan mannen te kiezen voor zich terug
te trekken en troost zoeken. Mannen waren meer bezig een oplossing
te zoeken. Alhoewel de verschillen niet groot waren, komen ze
wel overeen met ervaringen uit m'n eigen praktijk. Bij moeilijkheden
op het werk voelen vrouwen zich persoonlijk verantwoordelijk voor
wat er misgaat. Ze blijven erover piekeren, maar pakken het probleem
zelf niet aan. Om aan de nare gevoelens te ontsnappen, nemen ze
afstand door zichzelf te verwennen met een dagje beautyfarm, een
bad, of een flinke borrel.
De tweede vraag was: als je problemen
hebt, aan wat voor een type leider heb je dan behoefte? Bij beide
seksen was het coachend leiderschap favoriet. Maar de onderzochte
vrouwen blijken vaker dan de mannen blijken de voorkeur te geven
aan een prestatiegerichte, zakelijke manier van leidinggeven.
Ze willen iemand die weet hoe het zit en zegt wat ze moeten doen.
In tijden van stress hebben ze meer behoefte aan leiding dan mannen.
Misschien komt dat doordat vrouwen onzekerder zijn. Een leidinggevende
die de touwtjes in handen neemt, kan dan opluchting geven. Mannen
geven de voorkeur aan iemand die helpt door samen aan dingen te
werken.
Moeten we nu concluderen dat mannen
beter met problemen op het werk omgaan dan vrouwen? Ja, als je
alleen naar de problemen kijkt. Maar als de balans werk en privé
het uitgangspunt, is dan weet ik het zo net niet. Want door je
terug te trekken en bijvoorbeeld uit te waaien langs het strand.
kom je vaak wel tot rust.
Laatst heb ik ontslag genomen als lector
in Rotterdam omdat ik het gevoel had op een plaats te zitten waar
ik mijn ideeën nauwelijks kon realiseren. Achteraf besef
ik dat ik er niet voor gevochten heb om voor elkaar te krijgen
wat ik wilde. Ik ben de machtsstrijd niet aangegaan, en in die
zin denk ik: volgende keer beter. Wel heb ik nu meer tijd om de
dingen te doen die ik belangrijk vind en dat ontspant wel. Maar
het glazen plafond doorbreek ik zo niet.
Met dank aan Oda Heijsteeg en Arno Smit
Deze column staat in het oktobernummer van Opzij |