| Topprestaties verbeteren
Werknemers zouden net als topsporters veel meer gecoacht moeten worden bij het leveren van topprestaties. Voor topsporters geldt dat ze continu in de weer zijn hun prestatie te verbeteren. De lat ligt steeds hoger. Voor hen geldt constant de vraag: hoe kun je je prestatie verbeteren? Dat doe je door aan je techniek te sleutelen, je traint je vaardigheden. Je verbetert je conditie. Je leert je goed te ontspannen. Mentale blokkades worden aangepakt. Je vindt een manier om met faalangst om te gaan. Topsporters worden begeleid door een coach en soms ook een sportpsycholoog.
Werk is in de afgelopen jaren steeds meer op topsport gaan lijken. Je moet presteren, of je kunt gaan. Onlangs bleek uit onderzoek van het managementadviesbureau Booz Allen Hamilton dat in 2004 een recordaantal Europese topmanagers het veld had moeten ruimen vanwege tegenvallende prestaties, maar liefst 17%. Maar het is niet alleen de top die onder druk staat. Ook werknemers krijgen targets opgelegd die ze vaak met moeite halen. Of ondanks zeer veel inspanning niet halen. Ze presteren onder druk, van hen wordt verwacht dat ze topprestaties leveren. Maar in tegenstelling tot de topsport staat voor hen geen coach of werkpsycholoog klaar om hen te trainen. De stress die veroorzaakt wordt door de prestatiedruk, moeten zij in hun eentje verwerken.
Frustratie en een hoog angstniveau zijn het gevolg van het niet halen van de gestelde doelen. De werknemer krijgt last van stressklachten, zoals slapeloosheid, gevoel opgejaagd te worden, hoofdpijn, hartklachten of depressieve klachten. Hij of zij meldt zich soms ziek. Door de wet verbetering poortwachter (2002) is de opvang verbeterd en krijgt de werknemer vaak hulp bij terugkeer in het werk. Regelmatig komt het voor dat terugkeer naar de oude werkplek niet haalbaar is en dat de werknemer een plek moet accepteren onder zijn oude niveau. De eerste tijd wordt zijn salaris bevroren, daarna wordt het loon verlaagd. Dat is een zure appel waar lang niet iedereen zich doorheen kan bijten. Het gevoel van gedumpt te zijn, niet erkend te worden voor de vele jaren inzet, geeft ook weer stress. De werkpsycholoog staat alleen klaar als het onheil is geschied. Het gaat zoals het spreekwoord zegt: als het kalf verdronken is, dempt met de put.
Aandacht voor het begeleiden en coachen van werknemers die targets moeten halen en die topprestaties moeten leveren, voorkomt het opbranden van de professional. Topmanagers hoeven ook niet zo snel meer ontslagen te worden, waardoor het bedrijf in wat stabieler vaarwater terecht komt. De coaching richt zich op het in kaart brengen van de belemmeringen om de topprestatie te leveren. De coach stelt de volgende vragen:
1.wanneer ontstonden de problemen, merkte je dat je de doelen niet meer kon halen
2.onder welke omstandigheden
3.hoe reageerde je erop, hoe reageerden anderen
4.hoe lang duurde het, waren er ook uitzonderingen, wanneer het wel lukte?
5.waar heeft het probleem mee te maken, wat is er nodig om het op te lossen?
6.wat denk en voel je, voor, tijdens en na de situatie waarin je moest presteren?
7.doet de situatie je denken aan iets wat je eerder in je leven hebt meegemaakt?
Het is niet zo dat in een dergelijke coaching klakkeloos de doelen worden overgenomen die de cliënt zich stelt. Via testen wordt nagegaan hoe de afstemming tussen persoon en werk is, hoe realistisch de doelen zijn. De coaching maakt gebruik van rationeel denken, positieve zelfuitspraken en de kracht van verbeelding. Daarnaast worden negatieve gevoelens, die door eerdere gebeurtenissen zijn veroorzaakt en het presteren in het heden in de weg staan, behandeld. Een uitspraak van een ouder of leerkracht: ‘Het wordt nooit wat met jou’ kan bijvoorbeeld de prestatie behoorlijk negatief beïnvloeden en leiden tot overpresteren en uiteindelijk opbranden. Dan is het belangrijk een dergelijke uitspraak te neutraliseren. Op deze manier kunnen we in het werk leren van de ervaringen in de topsport.
|