Valse hoop
Hans is twintig jaar docent Nederlands bij een hbo-instelling. Hij heeft het een beetje gehad met zijn werk: hij moet steeds meer doen in minder tijd en hij voelt zich een lesboer die geen tijd heeft om zijn vak bij te houden. Laat staan dat hij tijd heeft voor de dingen die hij echt belangrijk vindt.
Een halfjaar onbetaald verlof nemen en dat over een jaar spreiden, waardoor hij maar twee tot drie dagen per week les hoeft te geven: dat is volgens Hans de oplossing. De rest van zijn tijd kan hij dan gebruiken om een roman te schrijven.
Na een jaar staan er vier onsamenhangende scènes op papier. Het is er gewoon niet van gekomen. Op de dagen dat hij niet hoefde te werken, was er altijd wel iets anders. Hij heeft zijn dochter geholpen bij het schrijven van haar afstudeerscriptie. Hij heeft de tuin omgespit en nieuwe struiken geplant. En hij heeft de zolder opgeruimd en zijn boot geverfd. Nuttige dingen, waar zijn vrouw en kinderen blij mee zijn, maar zelf is hij er niet beter aan toe.
De roman die hij niet heeft geschreven, is aan hem gaan knagen en heeft zijn gevoel van eigenwaarde ondermijnd. Hield hij zichzelf niet voor de gek met zo'n ambitieus plan? Wat een hoogmoed om daar je tijd aan te besteden. Nee, dan kun je beter de boodschappen doen, je dochter helpen en het huis opruimen.
Hans' geval is niet uniek. Veel werknemers die besluiten het een tijdje rustiger aan te doen, vallen in een diep gat.
Juist als je je voorneemt om dingen te doen waar niemand op zit te wachten, zoals schilderen, schrijven, fotograferen, is het erg moeilijk om de discipline op te brengen om dat vol te houden. Wil je met plezier minder werken, dan zul je je meer moeten inspannen.'
Carien Karsten, coach, trainer en mediator.
(Deze column stond in AD, 12-1-2008) |