omgaan met rsi
veel geluk
burnout
whiplash
in dertig dagen...
sabbatical
achtergronden
laatste nieuws
     
 
 

Column

Burnout en het verlangen naar een kind

'Ik ben nog maar 34 en 4 jaar geleden opgebrand. Nog steeds heb ik daar last van, ik ben er angstig van, ik wil niet uit. Gelukkig heb ik een hele lieve man, hij steunt mij door en door, MAAR hij wil geen kinderen. Wat moet ik... een onmogelijke situatie. Mijn steun en toeverlaat verlaten voor iets wat nog maar de vraag is dat je het krijgt.
Dat maakt het herstel er niet gemakkelijker op. Maar ja is kinderen zalig makend, ik ben zo vreselijk bang dat ik een verkeerde keuze maak. Als ik 40 ben, ben ik te laat en wat dan. Hoe doen mensen dat zonder kinderen, ik wilde dat ik ze kon vinden of over kon lezen, maar dat valt niet mee. Aan hun ervaringen heb ik wat. En zo sukkelen we maar door. Een week geleden heb ik mijn baan eraan gegeven na 13 jaar. Nu moet ik nog meer in het diepe springen. Als dat maar goed gaat. Ik weet het niet. Vreselijk is het', mailt Elspeth naar aanleiding van mijn vorige column 'Kind of geen kind'.
Uit het mailtje begrijp ik dat Elspeth ernstig piekert over de vraag wat ze moet doen nu haar man geen kinderen wil. Ze is ook angstig, ze schrijft dat ze vreselijk bang is een verkeerde keuze te maken. Ze voelt zich alleen staan, kan eigenlijk met niemand er over praten, wilde dat ze er wat over kon lezen. Daarbij komt nog dat ze net haar baan heeft opgegeven en dus weinig structuur heeft, voor een leegte staat.
Dat leegte angst oproept, herken ik. De leegte kun je opvullen met piekeren, het piekeren kan obsessieve vormen aannemen. Waar je ook mee bezig bent, steeds speelt in je achterhoofd de vraag hoe je het conflict moet oplossen. Je kunt het niet loslaten. Je voelt je ongelukkig, met jezelf, de ander en je denkt dat het nooit meer beter wordt. Je voelt je machteloos, want je hebt geen controle over de situatie.

Machteloosheid
Een manier om eruit te komen is je aandacht te richten op zaken die je wél kunt beïnvloeden. Elspeth kan bijvoorbeeld de manier waarop zij en haar vriend praten over het krijgen van een baby wél beïnvloeden. Je eigen houding is van grote invloed. Als je je vriend ziet als tegenstander in de kwestie, stel je je op als tegenstander of als slachtoffer. 'Het komt door jou dat ik geen kinderen krijg. Het komt door jou dat ik me ongelukkig voel.Als ik geen kind krijg, word ik nooit beter.' Zo plaats je jezelf in de rol van slachtoffer en maak je het voor de ander niet gemakkelijk. Die zal denken: je kunt al niet voor jezelf zorgen, hoe kan je het dan voor een kind doen? Straks moet ik behalve voor jou ook nog voor het kind zorgen.
Zo kom je niet verder. Een kind is geen antidepressivum, en geen middel tegen burnout. Je moet sowieso goed voor jezelf kunnen zorgen, voordat je een kind krijgt.

Oplossing
Elspeth kan bijvoorbeeld via behandeling of een goed zelfhulpboek uit de burnout komen, gaan fitnessen, leuke dingen doen, uit haar isolement komen door vriendinnen op te zoeken. Ze kan ervoor zorgen dat haar plezier in het leven terugkomt. Desnoods gaat ze alleen een tijdje weg, naar Australië bijvoorbeeld, en doet ze allerlei dingen waarvan ze vroeger nooit dacht dat ze het kon. Essentieel is dat haar zelfvertrouwen terugkomt en haar gevoel voor onafhankelijkheid. Dat ze iets uitstraalt van: ik kan mijn eigen boontjes wel doppen.
Vanuit zelfvertrouwen stel je andere vragen en ben je meer in staat je open te stellen voor de ander en te luisteren. Je bespreekt bijvoorbeeld niet of je kinderen krijgt, maar wanneer. Wat is er voor nodig, wil je samen aan een kind beginnen? Wil je eerst nog een wereldreis maken, wil je nog wat meer in je carrière bereikt hebben, of ben je nog niet zeker of degene met wie je gaat wel de juiste voor je is? Of denk je bijvoorbeeld dat je het vaderschap nog niet aankan? De volgende vraag is: wat is er voor nodig om het wel aan te kunnen?
De vraag over een kind is emotioneel zeer beladen. Het kan helpen een vertrouwenspersoon te vragen de discussie erover te begeleiden. Een vertrouwenspersoon kan vragen iets meer over de achtergrond te vertellen van je moeite met kinderen of juist het verlangen naar kinderen. Ook therapeuten kunnen een dergelijke vertrouwensrol vervullen.