| |
Werkdruk voorkomt depressie
Het enneagram kent negen persoonlijkheidstypen
die in drie centra zijn gegroepeerd: hart, hoofd en buik.
Ieder mens beschikt over de drie centra en heeft ze nodig
voor een goed evenwicht in werk en leven. De maatschappij
vindt het ene centrum belangrijker dan het andere. Zo hecht
de Westerse samenleving veel waarde aan het hoofdcentrum.
Als kind leer je logisch denken en rationeel handelen. Problemen
herleid je tot oorzaken en je doet je best ze goed op te
lossen. De vaardigheden van het hoofdcentrum hangen samen
met de linkerhersenhelft. Aan de rechterhersenhelft, waarin
de basis ligt voor fantasie, verbeeldingskracht en intuïtie
wordt veel minder aandacht besteed. Terwijl je verbeelding
gebruiken toch ook een belangrijke hoofdactiviteit is. Het
buikcentrum wordt geassocieerd met vitaliteit, instinct
en emoties. In onze maatschappij staat vitaliteit hoog genoteerd.
Het is belangrijk dat mensen energiek en gezond zijn en
de reclame over bijvoorbeeld voedingssupplementen zoomt
in op deze behoefte. Het hartcentrum is verbonden met zaken
als genegenheid, liefde en creativiteit. De harttypen zijn
gericht op anderen en hechten veel waarde aan erkenning
door anderen. Het hartcentrum komt er volgens Hanna Nathans,
auteur van Werken met het enneagram, in onze organisaties
bekaaid van af. In tegenstelling tot wat veel bedrijven
beweren - de mens centraal - concentreert de aandacht zich
voornamelijk op het verhogen van de arbeidsproductiviteit
en efficiëntie. De mens is als werknemer vaak een verbruiksartikel.
Het harttype komt in de moderne organisatie zwaar onder
druk te staan en raakt bij gebrek aan erkenning zijn bezieling
kwijt. Type 1, 8 en 9 (zie column Ennagram en burnout voor
type 1) zijn buiktypen. Type 2,3 en 4 zijn de harttypen
(zie column Te aardig om te werken voor type 2 en Te hard
werken voor type 3. Type 5,6 en 7 zijn de hoofdtypen. In
deze column aandacht voor type 4, een harttype.
Type 4
Het liefst werk je als je inspiratie hebt. Je kunt dan door-
en doorgaan. Als in een trance maak je het onderzoek af
waarvoor je bent ingehuurd. Je bent op je best, voelt je
in de zevende hemel. Je geest krijgt vleugels. De tijd verstrijkt
zonder dat je er erg in hebt, je slaat maaltijden over,
hebt er geen moeite mee helemaal op je eentje te zijn, en
je kunt bergen verzetten. Je kijkt een beetje neer op sommige
van je collega's, echte kantoortypes. Ze maken iedere dag
van 9 tot 5 uur hun uren, eten braaf hun boterhammen die
ze in hun lunchtrommeltje of in een plastic boterhamzakje
hebben meegenomen. Jij maakt van iedere lunch een feest,
als je tenminste luncht. Je zoekt een mooi plekje op aan
het water en eet een pizza die je net bij de Turk hebt gekocht.
Je krijgt tranen in je ogen wanneer twee statige witte zwanen
met hun kleintjes tussen hen in traag en waardig voorbij
zwemmen. Je raakt helemaal in extase als je de kleine zwaantjes
met hun vliezen ziet peddelen. Je collega's begrijpen je
ontroering niet zo, ze vinden je een beetje raar, wel bijzonder,
artistiek en creatief, maar je bent niet echt zoals zij
zijn. Je valt er een beetje buiten. Eigenlijk heb je dat
je hele leven al ervaren, dat je er niet echt bij hoort.
Misschien herken je je in het gevoel dat de cabaretier Theo
Maassen neerzette in zijn voorstelling Ruwe pit. Hij vraagt
het publiek of ze het gevoel herkennen van in een vliegtuig
stappen en je een houding proberen te geven op een stoel.
Hoe je je benen ook vouwt, of je ze tegen je borst trekt,
in een gangpad laat uitsteken of licht gebogen houdt, het
lukt je niet lekker en ontspannen te zitten. Je blijft schuiven
op je stoel. Zo voelt hij zich nu altijd. Herken je dat?
Een ander element is dat je wars bent van regels en routine.
Als je geen inspiratie hebt, neem je het liefst vrij om
naar het museum te gaan, je weet toch dat er niets uit je
handen komt. Die regeltjes dat je twee weken van te voren
je vrije dagen moet opgeven, zijn niets voor jou, want hoe
kan je nu twee weken van te voren bedenken of je die tinteling,
die drive in je hebt? In je werk ben je geliefd vanwege
je inlevingsvermogen. Vaak kan je haarscherp verwoorden
hoe iemand die het moeilijk heeft zich voelt. Een sterke
kant van je is dat je angstige mensen kan inspireren succesvol
te zijn. Je houdt je in je leven vaak bezig met wat er niet
is. Er is altijd verlangen. Dat houd je zelf in stand. Dat
je bijvoorbeeld geen vaste relatie hebt, zit je dwars. Maar
moeite ervoor doen, op een contactadvertentie reageren,
ho maar. Het moet vanzelf komen, vind je en ondertussen
vangt de werkdruk de leegte in je leven wel op. Als je niet
goed in je vel steekt, kan je gemakkelijk gevoelens van
jaloezie ervaren op alle mensen die het volgens jou wel
gerealiseerd hebben. Ook sociale situaties wil je weleens
vermijden, omdat die je confronteren met een gevoel van
minderwaardigheid. Je voelt schaamte omdat anderen het meer
gemaakt hebben, je niet zo uniek bent als je zelf wel denkt
te zijn. Overigens, gevoelens van wraak, jaloezie of minderwaardigheid
zal je niet gauw laten blijken, je bedekt ze door charme
of door jezelf terug te trekken. Je loopt het risico op
burnout, omdat je de werkdruk nodig hebt om je goed te voelen.
je put jezelf bijvoorbeeld liever uit, dan je eenzaam en
jaloers of wanhopig te voelen.
Ontwikkeling
Het ontwikkelde type 4 is volgens Nathans gelijkmoedig,
zelfbewust en ervaart een vanzelfsprekend gevoel van verbondenheid.
Het verlangen naar iets anders, een andere baan, een andere
partner, een andere woning, een buitenhuisje, een andere
auto of nieuwe kleren is niet meer de drijvende kracht,
maar je kunt je vervulling meer vinden in acceptatie van
je leven zoals het nu is. Het hoeft niet steeds maar anders.
De rusteloosheid en opgejaagdheid is verdwenen uit je bestaan.
Waarom heb je dat niet eerder gerealiseerd? Omdat je als
de dood was voor routine en voor daadwerkelijke vervulling
van je behoeftes. 'Het bezit van de zaak is het einde van
het vermaak', was een uitspraak van je vader die je altijd
met grote angst vervulde. Die uitspraak heeft mede je belemmerd
om te hechten en je steeds maar opgejaagd om iets nieuws
te starten. Doordat je geleerd hebt je aandacht op het positieve
te richten en niet meer op te gaan in de toppen en dalen
van je gevoelsleven, voel je je meer heel en verbonden.
De behoefte om uniek te zijn, de schaamte wanneer de werkelijkheid
je met je alledaagsheid confronteert, is verdwenen.

|