| De wurgende eindsprint – en hoe die te ontlopen
Veel vijftigers hebben het gevoel dat ze aan hun eind van hun carrière nog even een sprint moeten trekken. Ze willen de tijd inhalen die ze hebben vermorst met de jaren zestig ideologie. Toen was het verkeerd om je teveel om je carrière te bekommeren, nu denken ze niet mee te tellen als je niet scoort met je werk. Resultaat: keihard werken, om dan alsnog af te knappen.
Journaliste Aleid Truijens lijkt me een voorbeeld van zo’n vijftiger: ‘Het is maar goed dat ik mijn hoofd een paar jaar geleden heb gelegd in de strop van deadlines en redactievergaderingen’ schrijft ze in een column (‘Wij doen alleen nog maar waar we zin in hebben’, de Volkskrant, 2 april). Ik heb geen idee of Truijens werkelijk te hard werkt, en kan al helemaal niet zeggen of ze op een burnout afstevent, maar ze verwoordt wel heel mooi de drang van de vijftiger om de gevolgen van het te lang volgehouden anti-autoritair gedrag van zichzelf alsnog ongedaan te maken.
‘Wij zouden nooit het woord pensioen in onze mond nemen,’ schrijft Truijens, ‘laat staan de woorden hypotheek en alimentatie. We kochten geen Alpen-Kreutzer. Wij zouden niet trouwen en niet scheiden, sparen noch beleggen.’ De vijftiger van nu leidde vroeger volgens Truijens een zorgeloos bestaan:‘Wij wisten niet eens het verschil tussen credit en debet. (...). We wilden de wereld mooier maken, maar wel na elf uur ’s ochtends en met wat te drinken erbij. Dus werden we vanzelf ontwerper, dichter, therapeut of journalist. Niemands baas, niemands knecht.’
Na dertig jaar kijkt ze in de spiegel en ziet een puber met grijs haar. Ze is wanhopig: hoe heeft ze zo haar tijd kunnen verkruimelen? Wat doen anderen om nog zin te geven aan hun bestaan? Ze kijkt naar haar vrienden. Een bevriend echtpaar besluit te vluchten.
Ze zeggen hun baan op, verkopen galerie en huis en puberen door in een oude varkensboerderij in Catalonië Ze ziet de man roeren in een biologische wc, de vrouw boontjes zaaien en ze ’s avonds neerslachtig een glaasje schrale landwijn drinken en de prut van zelfverbouwde groente naar binnen werken. Een ander stel, wellicht nog gruwelijker, past zich aan. Het echtpaar, waarvan de man nog vorig jaar in een band speelde, rijdt op zondagmiddag de ANWB-route door de bollenstreek. ‘Gisteren nog underground, morgen weggestopt in het verzorgingshuis.’ Wat een vreselijke alternatieven, rilt Truijens. Nee, dan liever de kop in de strop van het werk.
Is dat de beste manier om de vermeend verloren tijd weer goed te maken? Ik zie er heel wat mensen op stuk lopen. Om niet blootgesteld te worden aan het gevoel mislukt te zijn, hebben ze tussen de 40 en 50 jaar alles op alles gezet om te scoren in hun werk. Ze hebben als pionier een bedrijf opgezet, als trainer en coach het land afgereisd, of hebben de toppositie in hun bedrijf bereikt. Ze zijn fit gebleven, lopen nog jaarlijks de marathon. Maar wat blijkt? Van hun partner voelen ze zich vervreemd, met hun kinderen hebben ze weinig contact. Er is bijna niemand met wie ze de vreugde vanwege de prestaties kunnen delen. Wat overblijft, is een gevoel van frustratie, eenzaamheid en depressiviteit. Ze worden gekweld door de vraag: ‘Waar is dit allemaal goed voor geweest?’
Het lijkt me verstandig om het werkethos van vandaag net zo goed te relativeren als de flower power magie van de jaren zestig. Je kunt je beter richten op een balans in werk en privé-leven. Maak je eigen balans op en ontloop de wurgende eindsprint.
1 tijd en prioriteit
Hoeveel tijd besteed je aan de dingen die je belangrijk vind? Waar besteed je de meeste tijd aan, en is dat terecht?
2 relatie met de partner
Hoeveel tijd heb je ervoor over om je relatie fris te houden?
3 relatie met het gezin en familie
Uiteindelijk blijken goede relaties met verwanten het meest bij te dragen aan persoonlijk geluk. Hoeveel tijd besteed je hieraan?
4 netwerk
Wat doe je om je sociale netwerk te onderhouden?
5 gezondheid
Hoeveel tijd besteed je aan sport en ontspanning en goed eten?
6 financieel gezonde situatie
Zorg je ervoor dat je financiële situatie in orde is?
7 aandacht voor je omgeving
Wat weet je van de omgeving waarin je woont? Op welke manier ben je bij activiteiten in je omgeving betrokken?
8 realistische doelen
Hoe realistisch zijn je doelen op het gebied van werk, carrière en opleiding? Streef je onmogelijkheden na?
Analyseer je eigen situatie, ga na wat uit balans is en realiseer kleine veranderingen |