| |
Ik ben de natte droom van iedere
marketeer.
Noem een verkooptruc en hij werkt bij mij. Airmiles, zegels, bonuspunten,
ik doe er allemaal aan mee. Bij het bordje 'uitverkoop' begin
ik te watertanden, zet boven een schap 'nieuw', 'voordelig' of
'twee voor de prijs van één' en ik ben verkocht.
Ik ben een impulskoper. Of het nou een grote of kleine aanschaf
is, ik denk er nooit langer dan een seconde over na. Als ik maar
op de juiste manier getriggerd word.
Vreemd genoeg zul je me niet snel treffen bij een koopfenomeen
als de Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf. Mij veel te druk. Ik
betaal nog liever drie keer zoveel dan te staan graaien tussen
het klootjesvolk. Maar tijdens de halfjaarlijkse monsterverkoop
van het merk Just B, waar ik via via een uitnodiging voor krijg,
kun je me bezweet zien rondrennen. Alles, alles, wil ik wel hebben.
Voel ik me de eerste tien minuten nog beschaamd in de gezamenlijke
kleedruimte (denk erom: geen string!), al snel maken die putten
in mijn billen mij geen reet meer uit en ren ik in onderbroek
tussen de rekken om net nog even die leuke rok te scoren die mijn
buurvrouw aanhad. Want het is zo goedkoop (in verhouding dan)
en zo leuk en zo handig al die basics. Tassen vol sleep ik na
afloop naar mijn auto en eenmaal thuis show ik mijn man hupsend
en springend mijn nieuwe waar.
Niets werkt beter tegen een dip dan een nieuwe lippenstift. Ik
shop vooral als ik me niet lekker voel. Vaak heb ik dan al dagen
zo'n onbestemd, ontevreden gevoel. Tot ik me bedenk dat ik kan
gaan shoppen. Een nieuwe zwarte broek, puntlaarzen... Zie ik het
plaatje eenmaal voor me, dan is er ook geen tijd meer te verliezen.
Dan ga ik. Meteen. Koortsachtig speur ik etalages af, ik ga steeds
sneller lopen en mijn bloeddruk gaat omhoog. Heb ik de juiste
winkel gevonden, dan kom ik in een roes. Als een kip zonder kop
ren ik in het rond, niet wetend waar ik moet beginnen. Eerst vlieg
ik op de rekken af die meteen mijn aandacht trekken, daarna loop
ik de zaak strategisch af zodat ik zeker weet dat ik niks mis.
Eigenlijk ontwaak ik pas bij de kassa, na het horen van het bedrag.
Verstrooid toets ik mijn pincode in, terwijl de belerende woorden
van mijn man door mijn hoofd spoken. Want ik weet dat ik het eigenlijk
niet nodig heb en dat we het geld beter voor iets anders kunnen
gebruiken. Toch druk ik op 'ja' en denk op dat moment: haha, te
laat! Gevolgd door tal van redenen waarom ik het verdiend heb.
Een genoegzaam glimlachje kan ik niet onderdrukken. De buit is
binnen. En ik voel me weer goed.
Reclamemensen, winkeleigenaars, inkopers,
verkopers en marketeers: dagelijks zijn alleen in Nederland al
zo'n paar miljoen mensen bezig het koopgedrag van de consument
te analyseren. Wat prikkelt mensen nu precies om een halve zaterdag
claustrofobie te doorstaan om de Kalverstraat af te schuimen?
Wat maakt de dolle, dwaze dagen van de Bijenkorf zo aantrekkelijk.
Want laten we wel zijn: de daar aangeboden artikelen bestaan nu
niet bepaald uit eerste levensbehoeften. Wat laat de bezoekers
van de Bijenkorf massaal in bakken grissen en graven, elkaar wegduwend
of ellebogen in elkaars ribben prikkend? Wat in ons geeft de duizenden
en duizenden winkels bestaansrecht, aaneengesloten in de van beton
en plastic samengesmolten winkelpanden in de hoofdstraten van
onze dorpen en steden? Wie laat de Wehkamp en consorten voortleven
en waarom?
We hebben het hier natuurlijk niet over
boodschappen doen. Boodschappen doen, dat is de eerste levensbehoeften
inslaan - een bijna dagelijks terugkerend en immer vervelend klusje.
Nee, het gaat hier om het ongebreideld kopen van luxeartikelen
als kleding, cosmetica, schoenen, woonartikelen en de nieuwste
snufjes op het gebied van audio-visio. Shopgoeroe Paco Underhill
schrijft in zijn boek Why we buy dat shoppen verschillende functies
kan hebben. Winkelen is voor ons therapie, schrijft hij, een beloning
of een lokkertje, een vorm van vrijetijdsbesteding, een excuus
om het huis uit te gaan of een mogelijkheid om een nieuwe vlam
te ontmoeten. Voor de een is winkelen een religieus ritueel, voor
de ander een manier om de tijd te doden.
Psychotherapeut Carien Karsten schreef samen met publiciste Klazien
Laansma het boek Shoppen, de lust, het lijden en de lol en onderscheidt
daarin vier typen kopers: troostkopers, koopjesjagers, funshoppers
en dwangkopers. Karsten: "Troostkopers gaan winkelen om hun
neerslachtige gevoelens kwijt te raken, koopjesjagers kunnen de
verleiding van afgeprijsde artikelen niet weerstaan, voor funshoppers
is kopen tijdverdrijf en dwangkopers zijn de hele dag op een obsessieve
manier met kopen bezig." Het shoppen is er vaak op gericht
nare gevoelens te voorkomen of te verminderen. "Door te winkelen
maakt iemand zichzelf blij, geeft zichzelf een kick, troost zichzelf
of beschermt zichzelf tegen gevoelens van machteloosheid."
Stewardess José Huijbregts (31) zou niet eens weten wat
ze anders zou moeten doen op de plaats van bestemming. "We
bezoeken wel eens een tempeltje hoor, maar over het algemeen wordt
er gewoon geshopt. Tijdens de vlucht maken we al een inventarisatie
van de mogelijkheden. Als we in het hotel komen, spreken we een
tijd af - we gaan altijd eerst een paar uur slapen - en dan gaan
we. Vaak vertrekken we met de hele bups en raken we elkaar tijdens
het shoppen kwijt. Dat geeft niet. Aan het eind van de dag laten
we elkaar onze aanwinsten zien en weten we meteen naar welke winkels
we nog even moeten."
Het is verveling, zegt ze, tijdverdrijf. "Wat moet je anders
op zo'n plek?" Maar het is ook de kick van iets goedkoops
scoren, bovendien is het leuk kleding te kopen die je in Nederland
niet ziet. "In Amerika ga ik natuurlijk altijd even naar
de GAP, naar Macy's en de Diesel Store. Ralph Lauren kun je daar
ook heel goed kopen. In Beijing kun je goedkoop wintersportkleding
kopen en in San Paulo, Brazilië, heb je gewoon C&A, maar
daar verkopen ze toch hele andere dingen dan bij ons."
Soms vraagt ze er zelfs speciaal een vlucht voor aan. "Als
ik kleding na wil laten maken, bijvoorbeeld mijn lievelingsbroek
in het leer, of een pak voor mijn man, vraag ik een Delhi aan.
Het is daar zo goedkoop. En het gaat ook zo makkelijk. De kleermakers
staan ons op de luchthaven al op te wachten met hun knipsels en
staaltjes. Zit er iemand tussen die je bevalt, dan maak je voor
de volgende ochtend een afspraak in het crewhotel. Binnen 24 uur
wordt de waar op je hotelkamer afgeleverd."
Tips over met wie je wel en niet zaken moet doen, vindt ze op
de personeelssite van de KLM. "Op die site kun je je rooster
vinden, maar er staat ook informatie over de verschillende bestemmingen.
Onder het kopje Shopping vind je tips van andere stewardessen
over waar je het best iets kunt kopen. Met prijsafspraken. Zo
heb ik pas in Delhi een paar prachtige Pashmina shawls gekocht,
dat zijn van die grote omslagdoeken. Tip van de Shopping-pagina.
Vijftig dollar, in Nederland kosten ze al snel tweehonderd euro.
Een prikkie! Ik ken een steward die er in Nederland een handeltje
in is begonnen."
Opvallend is dat José het alleen
over de stewardessen heeft die zoveel shoppen. Doen de piloten
niet mee? José kijkt alsof ze een giraf op de Noordpool
ziet lopen. "Nee, de piloten gaan nooit mee," zegt ze.
"Die houden niet van shoppen. Ja, als ze iets speciaals nodig
hebben, bijvoorbeeld wintersportkleding. Meestal gaan ze sporten,
of lezen, of ze gaan op safari." En de stewards? Ze gilt
het uit. "Ja, die gaan wel mee! Maar ja, dat zijn natuurlijk
ook halve wijven."
Shoppen is echt iets van vrouwen - en 'halve wijven'. "Winkelen
geeft vrouwen rust en troost," zegt sociobioloog Marcel Roele.
"Het is fysiologisch vastgesteld dat bij mannen de stresshormonen
tijdens het winkelen omhoog gaan en bij vrouwen juist omlaag,"
zegt sociobioloog Marcel Roele. "Als mannen een broek nodig
hebben, doen ze dat daarom het liefst zo snel mogelijk. Vrouwen
winkelen uren en uren, maken er vaak een uitje van met een vriendin."
Mannen kopen volgens Roele ook anders dan vrouwen. "Doelgerichter
en minder uitbundig."
Advocaat Bram Hoefnagels (41) past zijn nieuwe broeken niet eens.
"Ik wil zo snel mogelijk weer die winkel uit. Dat gepluk
en gefrut. En dan de keus die je hebt... Ik wil gewoon een broek,
waarom moet ik kiezen uit twintig soorten en evenzoveel kleuren?
Ik heb helemaal geen zin om daar mijn tijd aan te besteden."
Een miskoop heeft hij nooit. "Welnee, ik weet mijn maat en
koop altijd dezelfde broek. Ik sta binnen twee seconden weer buiten."
Een ander biologisch verschil - en dat heeft weer te maken met
wat vrouwen aantrekkelijk vinden in een man en mannen aantrekkelijk
in een vrouw - is dat vrouwen zaken kopen waarmee ze hun lichaam
kunnen verfraaien, zoals kleding en cosmetica, en mannen zaken
die ze status verschaffen, zoals de nieuwste snufjes op audiovisueel
gebied of een dure auto. Roele: "Mannen kopen verlengstukken
van hun penis."
Volgens de sociobioloog is de meest ideale situatie voor een vrouw
dat zij de hele dag kan winkelen op kosten van haar man. "Zij
koopt dingen die haar mooier doen lijken voor haar man en hij
geeft haar zijn aandacht, zijn tijd en zijn financiële middelen.
Want dat is toch wat vrouwen proberen te doen: zoveel mogelijk
tijd, energie en geld van hun man in beslag nemen. Uit onderzoek
blijkt ook dat vrouwen het veel erger vinden als hun man die drie
dingen aan een andere vrouw besteedt, dan dat hij een keer met
haar naar bed gaat. Bij mannen is het precies andersom. De man
gaat mee winkelen en dat is een blijk van zijn liefde en aandacht.
Krijgt een vrouw te weinig aandacht van haar man, dan kan ze dat
compenseren door zelf te gaan kopen. Winkelen is dus eigenlijk
een troostmechanisme, een substituut voor een gebrek aan aandacht."
Wat een achterhaald idee dat vrouwen alleen kopen om aantrekkelijker
te zijn voor hun man, steigert psychotherapeut Carien Karsten.
"Mode is hét lifestyle-kenmerk van dertigsters, daarmee
onderscheiden ze zich van elkaar. Onderlinge jaloezie speelt daarbij
een grote rol: zij Prada, dan ik ook. Televisieseries als Sex
and the city hebben ook een enorme invloed. Omdat hoofdpersoon
Carry een zwak heeft voor muiltjes van Manolo Blahnik, wil iedere
thirtish-vrouw die opeens hebben."
Daarnaast gelooft ze er niks van dat bij vrouwen de stresshormonen
dalen tijdens het shoppen. "De adrenaline giert ze juist
door het lijf bij het aanschouwen van hét kledingstuk."
Voor haar boek interviewde ze driehonderd bezoekers van de Drie
Dwaze Dagen van de Bijenkorf. "Uit die gesprekken bleek dat
mensen tijdens het shoppen in een soort trance raakten. Ze hadden
veel meer tijd binnen doorgebracht dan ze dachten. Dat soort ervaringen,
we noemen dat ook wel flow, kun je ook tijdens het werk krijgen.
Groot verschil is dat mensen die tijdens het werk een flow ervaren,
daarna ontzettend veel energie hebben, terwijl deze mensen juist
aangaven zich moe, uitgeput en leeg te voelen. Blijkbaar ga je
dus heel erg over je grenzen. Tijdens het shoppen kom je in een
verhoogde staat van opwinding, je scant de winkel. Daardoor doe
je een enorm beroep op je adrenalinesysteem. Na afloop voel je
je niet gezond. Je kunt het vergelijken met het opeten van een
hele zak snoep."
Dat geldt in ieder geval niet voor zelfverklaard
shopaholic Marilyn Numan (26), die van haar passie haar beroep
heeft gemaakt. Ze is personal shopper, waardoor ze nu niet meer
alleen voor zichzelf koopt, maar ook voor anderen. En dat vindt
ze zo mogelijk nog leuker. "Mezelf kan ik niet meer verrassen,
ik weet wel wat me staat en ik ken alle leuke adresjes al. Maar
andere mensen kunnen zo geholpen zijn door een advies. Ik vind
het geweldig als ze vol verbazing in de spiegel staren: opeens
lijken ze slank en van die brede heupen is niets meer te zien.
Of ze dragen opeens een kleur waar hun hele gezicht van opfleurt.
Het blijft me fascineren wat kleding en kleur voor je kunnen doen.
Je wórdt gewoon vrolijk van een bloemetjesjurk, trek je
hoge hakken aan, dan voel je je meteen vrouwelijk."
Zodra ze de stad in gaat om te shoppen, komt Marilyn in een happy
mood, "Dan ga ik winkel in, winkel uit. Ik zie meteen of
het een winkel voor mij is en als dat zo is, kan ik verrukt raken
van de spullen die ik zie. En dan wil ik alles passen. Het komt
regelmatig voor dat ik met twintig stuks het pashokje in verdwijn.
Moe? Nee, ik word nooit moe. Ik kan een hele dag shoppen zonder
moe te worden. Ik hou van kleuren, stoffen en materialen en als
ik shop, word ik daar de hele dag mee gevoed. Ik krijg er juist
ontzettend veel energie van."
"Hoe mijn kast eruit ziet?" Marilyn verschiet van kleur.
"Oh, ik durf het bijna niet te zeggen. Ik heb geen kast,
maar een kamer. Met dertien rekken. Op twaalf rekken hangt op
dit moment mijn herfst- en winterkleding. De zomerkleding is opgeslagen
in acht dozen. Het dertiende rek is speciaal bestemd voor mijn
jassen. Dan heb ik twee grote koffers voor tassen en tasjes en
twee dozen met hoeden, petten en mutsen. Ik heb een aparte kast
voor mijn schoenen. Planken vol, met afhankelijk van het seizoen
de zomer- of winterschoenen. De andere schoenen (zo'n 90 paar
in totaal) staan in dozen op de grond. Op zolder staan zakken
met kleding die ik nooit draag, maar waar ik geen afstand van
kan doen. En dan heb ik op mijn slaapkamer nog twee kasten met
cosmetica en twee koffers met stoffen waar ik ooit nog eens iets
mee wil doen. De bank bekleden, of gordijnen maken of zoiets."
Zoals met alles wat lekker is in het
leven, kun je ook aan shoppen verslaafd raken. Carien Karsten
vergelijkt het in haar boek met het met het drinken van alcohol.
Zolang je met mate drinkt, schrijft ze, kan het geen kwaad en
is het zelfs goed voor je gevoel van welbevinden. Maar zodra je
niet meer zonder kunt, loopt een leuke bezigheid uit op een verslaving.
Dan wordt het shoppen een heilig moeten: je moet nog die ene shawl
hebben en dat paar schoenen móet je hebben om je outfit
compleet te maken.
Iemand is koopverslaafd als hij de impuls om te kopen niet kan
weerstaan en als dat leidt tot psychisch, sociaal en financieel
lijden. Stoppogingen horen er ook bij. Nare gebeurtenissen in
de jeugd, gevolgd door depressieve gevoelens en een negatief zelfbeeld
op latere leeftijd, liggen vaak ten grondslag aan de koopverslaving.
Karsten: "Iemand die koopverslaafd is, probeert zichzelf
beter te voelen door iets nieuws te kopen, heeft er na aanschaf
toch geen plezier van en krijgt de behoefte weer iets te kopen.
In Amerika is twee tot acht procent van de bevolking koopverslaafd,
waarvan een klein deel in de problemen komt en schulden krijgt.
Die cijfers gelden ook voor Nederland."
Koopverslaving is echt iets van de laatste jaren, zegt Karsten.
"Het is ontstaan in de jaren tachtig, toen er een andere
relatie met geld ontstond. Voor die tijd was men spaarzaam, vanaf
de jaren tachtig begon het grote consumeren. De welvaart nam toe
en het was niet meer zo erg om schulden te hebben. Auto's werden
op afbetaling gekocht en iedere zichzelf respecterende student
nam een studentenkrediet." Met alle gevolgen van dien. "Dat
vele kopen is een gewenning geworden. Zolang het je financieel
goed gaat, hoeft er geen probleem te zijn, maar je ziet in deze
tijden van recessie dat het aantal koopjesjagers toeneemt. Straks
gaat het echt slecht met de economie en dan blijkt een groot aantal
mensen niet te kunnen stoppen met shoppen."
Voor troostkopers, funshoppers en koopjesjagers hoeft een op handen
zijnde verslaving niet echt een probleem te worden. Bewustwording
is vaak al genoeg. Gevolgd door het tijdelijk mijden van de favoriete
winkels en het vaststellen van een maximum budget. Het zijn de
dwangkopers die de grootste kans lopen zowel sociaal als financieel
in de problemen te komen. In Amerika bestaan zelfhulpgroepen voor
shopaholics en wordt er gewerkt met anti-kooppillen, in Nederland
zijn die mogelijkheden nog beperkt. Koopverslaafden komen terecht
bij algemene instanties als het Riagg, een gedragstherapeut of
de verslavingszorg. Vaak krijgen ze antidepressiva voorgeschreven
en dat helpt over het algemeen heel goed tegen de klachten. Toch
waarschuwt Karsten dat antidepressiva geen oplossing zijn voor
het probleem. "Je voelt je er wel beter door, waardoor de
drang om te kopen minder wordt, maar dat zelfbeeld blijft onverminderd
negatief. Daarvoor zul je toch echt in therapie moeten."
Het is maar even om ons een idee te
geven: het afgelopen jaar heeft ze zeker 32.000 euro aan kleding
uitgegeven. De veertigjarige architect Anne-Rose van Barlingen
had een lening afgesloten om onderhoud aan haar huis te plegen.
"Ik kon geen aannemer vinden, van dat geld is nu nog zo'n
5.000 euro over. En dan sta ik ook nog 10.000 euro rood op de
bank." Een paar weken geleden was Anne-Rose een inzinking
nabij. "Ik zat op mijn dakterras en dacht: als ik zo doorga,
verlies ik alles. De relatie met mijn vriend was net voorbij,
waardoor de kans op een relatie met kind nu wel heel snel afneemt
en mijn huis brokkelt onder me vandaan."
Ze noemt haar koopverslaving ziekelijk en destructief. "Inmiddels
ben ik in therapie en gaat het beter, maar ik was er altijd mee
bezig. Als ik niet aan het werk was, was ik in een winkel te vinden.
Dat was geen uitje, maar dwangmatig op jacht gaan. Het voelde
ook als op jacht gaan. Als ik ging shoppen gaf dat me een adrenalinestoot
en een opgewonden gevoel. Het is nooit gebeurd hoor, maar ik kan
me voorstellen dat ik was gaan vechten om een jurk als iemand
anders 'm net iets eerder uit het rek had getrokken. Heel primair.
Ik had geen rust. Als ze mijn maat niet hadden, reed ik meteen
naar Den Haag of Arnhem om het daar te halen. Voor een jurkje
van Paul Smith heb ik zelfs de hele Benelux afgebeld. Ik ging
ook overal dingen aanbetalen. Dan zou ik het ophalen als mijn
salaris gestort was. Vaak haalde ik het kledingstuk niet eens
meer op. Het idee dat het er hing en dat ik had aanbetaald, bevredigde
mijn koopverslaving voldoende. Het was een droom die ik kocht.
Als ik een jurk uit het rek pakte, fantaseerde ik hoe mooi ik
eruit zag en zag ik mezelf in die jurk aan de arm van een man.
Maar die droom sloeg stuk op het moment dat ik de jurk in de kast
had hangen. En dan had ik weer de volgende droom."
Niet dat Anne-Rose zich dat op dat moment realiseerde. Ze moest
er eerst voor in een diepe crisis raken, die begon toen ze op
dat dakterras zat, en drie weken duurde. "Ik lag met hartkloppingen
op de bank, kon niet meer slapen van de angst. Ik besloot op vakantie
te gaan om de zaken eens op een rijtje te zetten. Een van de boeken
die ik meenam, was Shoppen, de lust, het lijden en de lol."
Dat boek betekende de ommekeer. "Ik herkende alles en durfde
voor het eerst aan mezelf toe te geven dat ik een koopprobleem
had."
Via de verslavingszorg vond Anne-Rose een therapeut en ze heeft
er inmiddels drie gesprekken opzitten. "Het eerste gesprek
was oriënterend. Bij het tweede gesprek heb ik mijn credit
card doorgeknipt en mijn pinpas ingeleverd, want ik ben natuurlijk
wel verslaafd. Tijdens het derde gesprek vroeg mijn therapeut
of ik een leeg gevoel had in mijn buik als ik ging kopen. En dat
was het precies. Hij zei: 'Als je naar dat gevoel gaat, wat heb
je dan nodig om het op te heffen?' Ik dacht eerst aan aandacht,
liefde en bevestiging, maar dat was het allemaal niet. Toen zei
hij: 'Als ik je zou omhelzen, zou het dan weggaan?' En ik begon
vreselijk te huilen. Toen wist ik: ik heb behoefte aan erkenning
en ik voelde me genezen van een hele diepe, gapende wond die in
mijn jeugd geslagen is."
Anne-Rose komt uit groot gezin met vijf kinderen. Haar moeder
stond er alleen voor, dus het was altijd vechten om liefde en
aandacht. "Mijn moeder was niet in staat die te geven, maar
deed dat door middel van kleding die ze voor ons kocht. Het was
een moeilijke vrouw, heel wispelturig. Je wist nooit wanneer haar
stemming omsloeg. En ze was heel negatief, zag altijd beren op
de weg. In plaats van vertrouwen, gaf ze me angst. In plaats van
me te beschermen, was ik een praatpaal voor haar problemen. Dat
gebrek aan erkenning en bevestiging heeft me enorm beschadigd."
Later herhaalde dit patroon zich in de relaties die ze aanging.
"Ik viel altijd op foute mannen die zich niet konden geven.
Dat kende ik, daar voelde ik me veilig bij. Dat je voor liefde
altijd een prijs betaalt, al is het de prijs van een jurk."
Anne-Rose kreeg antidepressiva voorgeschreven en dat hielp al
enorm. "Mijn angst verdween vrijwel meteen. Toen pas realiseerde
ik me dat ik veertig jaar bang ben geweest." Ze is er nog
niet, nog lang niet, maar het begin is er. "Vanaf de puberteit
ben ik gaan kopen om me gelukkig te voelen en ter compensatie
van een slecht zelfbeeld. Een overlevingsstrategie die zich nu
tegen me keert. Binnenkort begin ik aan groepstherapie waarin
veel geschreeuwd en geknuffeld wordt. Heb ik een beetje gemengde
gevoelens over, maar ik zie wel in dat ik opnieuw geprogrammeerd
moet worden. Mijn schulden heb ik via een andere hypotheek geherfinancierd.
Dat betekent een aanmerkelijke verhoging van mijn maandelijkse
lasten en daardoor een beperking van mijn vrijheid. Maar dat geeft
niet. Ik geniet. Ik zit momenteel nog ziek thuis en voor het eerst
in mijn leven geniet ik van een beetje lezen en verder niets doen."
Zo zie je maar, het kan altijd erger.
Ik hoef me niet schuldig te voelen over die ene keer dat ik de
credit card eens flink laat roken. Natuurlijk doet zo'n bezoek
aan de monsterverkoop van Just B wel even pijn - onder het mom
van: het is zo goedkoop, sla ik met gemak 500 euro stuk, iets
wat ik tijdens een normaal middagje shoppen nooit zou doen - maar
ik lijd er niet onder. Niet psychisch (integendeel), niet sociaal
en ook niet financieel (nou ja, even dan). Shoppen werkt voor
mij vooral helend. In een klap van mijn zorgen af en nog leuke
kleren bovendien! Het kost een paar centen, maar ach, een therapietje
is altijd nog duurder...
De namen van José Huijbregts
en Anne-Rose van Barlingen zijn om privacyredenen gefingeerd.
Shoppen, de lust, het lijden en de lol,
Carien Karsten en Klazien Laansma, uitgeverij Elmar, ISBN 90-389-1358-3,
€ 12,95.
Op www.carienkarsten.nl staat een vragenlijst, waarna je kunt
zien of je koopverslaafd bent.
Personal shopper Marilyn Numan heeft een eigen site, www.shoppingguide.nl.
|