Zaterdagmiddag, de zon schijnt en over
de winkelstraten zwermt het winkelend
publiek uit. Het is als een krioelende mierenhoop, waar vrouwen
langs
etalages marcheren, de tassen meegesleept.
Winkelen is niet meer het juiste woord: tegenwoordig shoppen we,
een
voortdurend streven naar het vergaren van de perfecte kledingcombinaties,
mobieltjes en schoenen. Jamila (23) _ donker bos krullen en klassiek
gekleed: jas van Tommy Hilfinger, trui van Ralph Loren, sjaaltje
van Prangi
en broek van Indian Rose _ kent deze drang maar al te goed. Resoluut
stapt
ze een kledingzaak binnen en zonder een seconde te aarzelen, scant
ze de
garderobe om daarna af te stevenen op een rij broeken. ,,Als ik
geen keuze
kon maken, dan kocht ik gewoon meerdere. Om dan vervolgens thuis
te
ontdekken dat ik al een van die broeken had.''
Jamila was tot een aantal maanden geleden een shopaholic. De winkels
langs
de grachten van Utrecht kent ze op haar duimpje: bij H&M haalt
ze alleen
sokjes en pyjama's (,,tien setjes in verschillende kleuren zodat
je ze kunt
combineren''), de merkwinkels van Sissy Boy tot Mexx voor haar
basic-gaderobe, Anna van Toor voor de exclusieve sjaaltjes. ,,Duurste
sjaaltje ooit gekocht? In het buitenland heb ik eentje gehaald
van 175 euro.
Wanneer vrienden dat sjaaltje zien, zeggen ze dat ze er nog geen
tien euro
voor geven. Maar ik vind het heel erg mooi, ik zie de pure zijde
ervan af.''
,,Ik loop ook niet zomaar een winkel in, ik scan wat ik wil hebben.
Ik heb
een plaatje in mijn hoofd van hoe ik eruit wil zien en daar zoek
ik dan
naar.'' Shoppen doet ze nog steeds graag, al is haar verslaving
veel erger
geweest. Enkele jaren geleden werkte Jamila bij de gemeente Utrecht
en
probeerde ze elke pauze iets nieuws te kopen. Prijskaartje: elke
maand gaf
ze €800 tot €1000 uit. ,,Ik kwam zo vaak in bepaalde
winkels dat ik wel eens
dacht: hebben jullie nog geen nieuwe collectie? Op een gegeven
moment
herkende het personeel me ook.''
Psychotherapeute Carien Karsten bestudeerde tijdens de Drie Dwaze
Dagen
van de Bijenkorf het koopgedrag van de consument. Haar bevindingen
zijn
confronterend: de hordes winkelende vrouwen zijn als op hol geslagen
paarden: ,,Ze lopen maar heen en weer, dodelijk vermoeid. Ze raken
gedesoriënteerd. Om vier uur 's middags willen ze maar een
ding:
slapen.''
Koopverslaving is de meest geaccepteerde vorm van verslaving,
zegt de
psychotherapeute en auteur van het boek 'Shoppen! De lust, het
lijden en de
lol'. Bezit werkt statusverhogend en we grijpen naar producten
als we
getroost of beloond moeten worden. Twee tot acht procent van de
vrouwen in
Duitsland is koopverslaafd, in Nederland zullen de cijfers weinig
verschillen, denkt Karsten. ,,Er zijn vrouwen die het genot van
winkelen
vergelijken met seks of het eten van chocolade.'' Mannen zijn
niet
gevrijwaard van deze verslaving, al geven zij hun geld niet specifiek
aan
kleding uit; gereedschap vindt bij hen meer aftrek.
Koopverslaving leidt tot psychische of sociale schade, zegt ze.
Sommigen
stelen van hun partners en steken zichzelf diep in de schulden.
,,Brochures
en Wehkamp-gidsen pluizen ze voortdurend uit, lunchpauzes zijn
ideaal om te
scoren. Vrouwen kopen te kleine, maar o zo leuke schoenen, waarbij
ze hopen
dat die uiteindelijk toch nog zullen passen. Vakanties zijn naar,
want dan
kun je niet meer die leuke dingen kopen'', somt Karsten op. Met
ontwenningsverschijnselen: kribbig en ongedurig als niet gekocht
kan worden.
Als Jamila iets niet gekocht had, lag ze 's nachts te piekeren,
waarna de
kleding de volgende ochtend toch nog werd opgehaald. ,,Dat moest
gewoon'',
vertelt ze. ,,Als ik een middag niets vond, dan voelde ik me ook
geïrriteerd, chagrijnig en werd ik heel stil. Voortdurend
het gevoel:
'Godsamme, ik mis wat.''
Vier types koopverslaafden zijn er volgens Karsten. Om hun neerslachtigheid
te verliezen, shoppen de troostkopers. De koopjesjagers zoeken
voortdurend
naar goedkope (afgeprijsde) producten. De funshopper besteedt
het liefst
haar tijd in winkels. De groep die echt leidt onder de verslaving
zijn
dwangkopers. Die denken aan niets anders dan aan shoppen.
Zo ook Jamila, die vijf dubbele kledingkasten in haar huis heeft
staan met
dertig paar schoenen in dozen. Ze kan ze nauwelijks meer kwijt.
De kleren
zijn gerubriceerd op seizoen en type kleding. Er is een kast met
shirtjes,
een kast met vestjes, eentje met zomerkleding en eentje met winterkleding
en een garderobe met colbertjes. Als de zon meer gaat schijnen,
begint voor
Jamila een grote reorganisatie: de zomerkleding moet in een specifieke
kast
die ze vaak gebruikt. De winterkleding verhuist naar de gangkast.
,,En je
hebt dan ook nog zomer-en zomerkleding, want je draagt andere
combinaties
als het vijftien of dertig graden is.''
Het is uitputtend, geeft ze zuchtend toe. ,,Ik heb wel eens tussen
een berg
kleren gestaan, dat ik dacht: hier komt geen einde aan. Het heeft
een week
geduurd voordat de kast naar mijn tevredenheid was ingericht.
Toch is het
elk seizoen weer nodig. Lente, zomer, herfst en winter.''
Het kopen van producten vult een gevoel van leegte op, constateert
Karsten.
Volgens haar vragen maar weinig hulpverleners naar het koopgedrag
van
vrouwen: de sleutel om te ontdekken of er wat 'mis' is. ,,We moeten
ontdekken waar het koopgedrag voor staat, maar voordat die vraag
gesteld
wordt, is de vrouw vaak al duizenden euro's armer.'' Na de leegte
volgt
uiteindelijk de depressie. ,,Je wordt ouder en je kunt dan niet
meer
verwachten dat je dezelfde complimentjes krijgt als toen je twintig
was. Die
voldoening ontleen je er niet meer aan.''
Jamila heeft daar geen last van. Als zij door de stad loopt, wordt
ze
regelmatig aangesproken door mensen die zeggen dat ze er leuk
uit ziet. ,,Ik
kocht niet omdat ik ongelukkig was'', benadrukt ze. ,,Ik deed
het omdat het
iets extra's gaf in mijn leven. Als ik iets gevonden had, gaf
me dat een
kick. Dat geldt nu nog: ik voel me goed als ik een mooie combinatie
gevonden
heb.''
Hoe erg is het om te kopen, als troost of voor de kick? Volgens
Karsten
hoeft shoppen niet verkeerd te zijn. ,,Maar het gaat mis als het
dit de
enige manier is om je gelukkig te voelen. Dat winkelen de enige
vorm van
opwinding in je leven is.'' Kopen kan weer echt waarde krijgen,
als de
bezoekjes aan het winkelcentrum worden teruggeschroefd. ,,Kopen
moet zonder
dwang gebeuren. Sta jezelf toe om af en toe met geld te smijten,
maar dan
bijvoorbeeld een keer in de maand.''
Ze maakt zich zorgen om de jonge generatie die status verwerft
door de
aanschaf van dure mobieltjes en scooters. ,,In de jaren tachtig
en negentig
is de betekenis van geld gaan veranderen. We lenen in plaats van
dat we
sparen. We denken dat we gelukkig worden van kopen. Maar het is
te
gemakkelijk, te vluchtig en het werkt afstompend. We willen het
allerbeste
en schieten daardoor in de stress en we nemen geen tijd meer om
in rust te
herstellen.''
Veel geld om te spenderen heeft Jamila niet meer: ze moet nu rondkomen
van
een stagevergoeding. ,,Schulden maken wil ik absoluut niet.''
Ook haar
vrienden hebben haar op de vingers getikt. ,,Soms sloop ik het
huis binnen
omdat ik niet wilde dat ze zeurden omdat ik weer wat gekocht had.''
Sinds
september koopt ze geen kleding meer voor de 'heb'. Ze raakte
uitgekeken op
het shoppen, zegt Jamila. ,,Ik heb alles al gezien. En om er leuk
uit te
zien, kan ik net zo goed een keer in de maand gaan winkelen. Ik
hou er
niet van om ergens verslaafd aan te zijn. Het bevredigende gevoel
van
shoppen is verdwenen. Het afgelopen weekend ben ik weer wezen
winkelen, maar
dan kijk ik zonder te kopen. En ik doe vaak ideeën op, zo
van: hè, dat
kan ik combineren en die combinaties heb ik ook! Ik heb heel wat
opgebouwd
door al die jaren heen. Als ik het nu moeilijk vind om een shirt
uit te
zoeken, neem ik niet meer alle kleuren mee.''
'Shoppen! De lust, het lijden en de
lol' van Carien Karsten, uitgeverij
Elmar, 160 pagina's, ISBN 9038913583, 12,95