|
Uit het Reformatorisch dagblad
Datum: 15-02-2003
Niet genoeg aan elf boormachines
Henk de Boer
Tijdens de Drie Dwaze Dagen, het jaarlijkse uitverkoopfestijn
van de Bijenkorf in oktober, deden Carien Karsten en haar coauteur
Klazien Laansma een eerste
verkennend onderzoek naar koopverslaving. Ruim 200 graaiende bezoekers
kregen
de stelling voorgelegd dat vrouwen koopziek zijn.
Van de dertigplussers was eenderde het hiermee eens, van de twintigers
zelfs de helft. "Daar keek ik best van op. Veel mensen weten
dus heel goed van zichzelf dat ze koopverslaafd zijn."
Het viel de onderzoekers op dat mensen
die uiteindelijk bepakt en bezakt de Bijenkorf verlieten zich
soms helemaal weer moesten instellen op de omgeving. "Die
stonden
echt te knipperen met hun ogen, ze waren weer op aarde geland."
Interviews met de kooplustigen leverden een schat aan informatie
op. Zoals van die man die al elf boormachines had (en trouwens
ook acht steeksleutelsets en zestien hamers),
maar eerlijk toegaf de twaalfde boormachine niet te laten liggen
als het een leuk modelletje was.
Een ouder echtpaar uit een piepklein
Drents plaatsje had twee hele dagen in het warenhuis doorgebracht.
"Niet te geloven. En een werkloze ict'er kwam met een tas
vol panty's naar buiten. Bestemd voor zijn vriendin. Dat kan dus
ook: mensen kopen
voor anderen. Die man gaat trouwens standaard twee keer per week
de stad in."
Op de vraag van Karsten wat nu de gelukkigste
ervaring van de afgelopen zomer was, gaven de ondervraagden opmerkelijke
antwoorden: het kopjes geven van de poes, de geboorte van (klein)kinderen,
met een glaasje wijn in de tuin zitten of een reis zonder
luxe door een donker Afrikaans land. "Daaruit blijkt dat
een shopverslaafde dus verre van tevreden is met zijn of haar
gedrag."
Tienduizenden Nederlanders vechten dagelijks
tegen hun koopverslaving
"Er zitten nu blauwe laarzen in mijn hoofd"
Ingrid, 31 jaar, moeder van twee kleine kinderen. Ze had het zichzelf
nog zo
voorgenomen: níét doen! Maar ja, die hoge zwarte
laarzen had ze toch eigenlijk
wel nodig. En ze waren zo leuk. "Daar loop ik dan dagen mee
rond. Ik droom er zelfs nachten van." Binnen een week was
de aankoop een feit. "Goed gevoel, ja. Heel even. Want de
mooie blauwe laarzen die er ook stonden, zitten nu in mijn hoofd.
Zo komt er iedere keer iets nieuws!" Ingrid is zwaar koopverslaafd.
En ze is lang niet de enige in Nederland. Tijd voor serieuze aandacht
en professionele hulpverlening.
De mailtjes stromen binnen bij Carien Karsten, bekend van haar
boeken over onder
meer burn-out, rsi, whiplash, verslaving en schuldenproblemen.
Een oproep om mee te werken aan een onderzoek naar het fenomeen
koopverslaving
-op www.carienkarsten.nl- maakt veel los. Haar nieuwe boek over
dit onderwerp ("Shoppen! De lust, het lijden en de lol",
uitgeverij Elmar, Rijswijk) verschijnt begin maart.
De lijst met elf vragen probeert boven
water te krijgen of mensen gekochte artikelen verbergen voor ouders
of partner. En of mensen het moeilijk vinden zich aan een boodschappenlijstje
te houden. Dat soort dingen. Volgens Karsten is iemand écht
koopverslaafd bij zeven bevestigend beantwoorde vragen. "Er
hebben tot nu toe 120 mensen meegedaan. Van de mannen bleek 33
procent koopverslaafd, van de
vrouwen 60 procent."
Veel literatuur over het verschijnsel
is niet voorhanden. "Wat er is, is Amerikaans.
Daar is koopverslaving sinds de jaren tachtig onderwerp van onderzoek,
vooral door de Stanford University", aldus de Amsterdamse,
die behalve als schrijfster actief is als psychotherapeut bij
Prometheus, een instelling voor hulp bij burn-out.
In de VS is de term "shop-aholic"
inmiddels ingeburgerd. De persoon in kwestie lijdt -in medische
termen- aan oniomanie. In goed Nederlands: een stoornis waarbij
de drang om te kopen continu aanwezig is. Een te laag gehalte
van de chemische stof serotonine in de hersenen zou de boosdoener
zijn.
Karsten: "Het gevolg is een koopobsessie.
Weerstand bieden is er niet bij. Stoppen al helemaal niet. Door
de kick van het kopen kun je weer een poosje vooruit." Onder
anderen Ingrid reageerde op haar oproep de vragenlijst op internet
in te vullen. De
vrouw uit Haarlem zag in één klap bevestigd dat
ze behoorlijk in de problemen zit. "Vanmorgen ben ik weer
naar de stad geweest. Ik vond het slim om voor mijn oudste zoontje
nog wat kleren te halen in de uitverkoop. Dat is gelukt. Drie
kledingstukken 59 euro! Maar toch heb ik nu weer het gevoel dat
er nóg wel wat te scoren valt. Het houdt maar niet op.
En dan ligt over een paar weken de nieuwe collectie weer in de
winkel. O, wat zal ik het moeilijk hebben! Je zou toch denken
dat ik de winkels niet meer kan zien? De afgelopen weken ben ik
denk ik wel vier of vijf keer geweest! Iedere keer om mijn behoeften
te bevredigen."
In de Verenigde Staten zijn steeds meer
deskundigen het erover eens dat koopwoede
een officiële psychiatrische aandoening is, te vergelijken
met gokverslaving of
pyromanie. De schattingen over het aantal 'patiënten' lopen
daar uiteen van 2 tot 8 procent van de bevolking. In negen van
de tien gevallen gaat het daarbij om vrouwen. Karsten: "Voor
Nederland zijn nog geen harde cijfers bekend, maar ik heb weinig
reden om aan te nemen dat het hier onder de 8 procent zou liggen."
Ik shop, dus ik ben
Karsten wil niet generaliseren, maar
ze denkt een shopverslaafde ondertussen op
straat te kunnen herkennen. "Ze is van top tot teen verzorgd:
gepoetste schoenen met hakken, een tasje, armbanden en noem maar
op. Om door een ringetje te halen. Zo'n vrouw wil een duidelijk
beeld van zichzelf neerzetten. Ik shop, dus ik ben."
Het gaat overigens niet altijd om kleding.
"Ik ken een dame die in de WAO zit. Ze verbouwde haar keuken
en beloonde zichzelf telkens als ze een stukje was gevorderd.
Dan kocht ze weer een pan, of een vergiet. Alles bleef ingepakt
in de kast staan. En ze vergat wat ze al had gekocht. Deze vrouw
heeft een personal organizer nodig gehad om weer op orde te geraken."
De oorzaak van koopverslaving is niet
altijd even gemakkelijk aan te wijzen. Een traumatische ervaring
is een mogelijkheid. Niet zelden is er een link met de ouders.
Karsten: "Soms betreft het een enig kind dat is verwend.
Of een meisje dat op school jaloers was op een vriendin die altijd
nieuwe kleren kreeg terwijl zij zelf alles van
haar zus moest afdragen." Een mail van een klagende vader
spreekt boekdelen:
hij snapt niet waarom zijn dochter alle mogelijke soorten bikini's
moet hebben.
"Terwijl hij zelf niet veel meer doet dan rommelmarkten aflopen
om van alles
en nog wat te kopen."
Er zijn tips te geven die de koopwoede
wellicht wat kunnen indammen. "Maak lijstjes, bekijk of je
iets echt nodig hebt en houd je daar aan. Neem maar één
creditcard mee
naar de stad. Bekijk niet alle reclamefolders. Slaap er eens een
nachtje over.
Praat met je echtgenoot over het probleem." Toch werken deze
maatregelen
voor veel mensen niet afdoende, zo leerde Karsten.
Wat haar uiteindelijk voor ogen staat,
is reguliere en professionele hulp aan koopverslaafden. "In
Amerika wordt met pillen gewerkt die het serotoninegehalte verhogen.
Daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar in Nederland hebben
we die pillen nog niet. Wel heb ik contact gehad met een vrouw
die een Cipramil-pil kreeg voorgeschreven tegen depressieve klachten.
Sinds die tijd is ze ook van haar koopverslaving af."
Stroomversnelling
Koopwoede moet in ieder geval niet al
te zeer in de sfeer van de verslavingszorg
worden getrokken, betoogt Karsten. "Dan heb je al een drempel
te nemen." Het maatschappelijk werk ligt meer voor de hand.
"Maar die mensen zijn er niet altijd goed voor opgeleid."
Ze hoopt dat haar boek het opstarten van serieuze hulpverlening
in een stroomversnelling brengt. "Burn-out werd tien jaar
geleden ook gezien als te licht om te behandelen. Nu is het een
onderwerp dat boven aan de agenda staat. Maar zoiets gaat langzaam,
weet ik uit ervaring."
Niet alleen hulp achteraf is van belang.
"Ik wil me ook hard maken voor preventie.
Hoe kunnen ouders bijvoorbeeld zeggen dat rood staan bij de bank
niet erg is? Dat ze tekorten van hun kinderen wel aanvullen. Onbegrijpelijk."
Koopverslaving is
uiteindelijk een maatschappelijk probleem, vindt Karsten. "Dat
moeten we met
zijn allen aanpakken."
Ingrid heet in werkelijkheid anders.
|