Sinds vijf maanden slik ik Cipramil,
20 mg per dag. In het begin had ik ontzettend veel bijwerkingen,
maar heel langzaam ging het beter. Volgens de dokter had ik verschijnselen
van burnout met daarbij een angst en paniekstoornis. Ik ben de
afgelopen maanden echt door een hel gegaan en heb mezelf talloze
keren moeten voorhouden dat het ooit beter zal gaan, want soms
slaat de wanhoop toe over de situatie waarin ik zit. Ik heb nu
4 maanden cognitieve gedragstherapie en heb het idee dat dat goed
werkt. Ik merk dat er verbetering in de situatie komt, maar er
zijn dagen dat ik mezelf weer zo ellendig voel. Heel veel last
van spierspanning in nek en schouders, heel veel hoofdpijn, terugkeer
in lichte vorm van de angst, niet weten wat ik wil, een soort
gevoel van radeloosheid, een groot gevoel van spanning in m'n
lichaam, eczeem in m'n gezicht en zo zijn er nog wel meer dingen
als intense vermoeidheid, futloos, geen energie. Dat duurt dan
een paar dagen en dan knap ik weer wat op. Is dit iets wat bij
het proces hoort en hoe lang kan dit aanhouden? Ik word er erg
onzeker van, want op de momenten dat het goed gaat ben ik positief
gestemd en denk ik dat het de goede kant opgaat, maar op de dagen
dat het niet gaat heb ik het gevoel dat het nooit meer goed komt
en voel ik me zo wanhopig en verdrietig. Ik wil zo graag een goede
moeder en echtgenote zijn, maar soms vrees ik dat ik nooit meer
volledig herstel. M'n huisarts, fysiotherapeute, gedragstherapeut
en mijn man zeggen dat ze echt vooruitgang zien, maar waarom ben
ik dan blijkbaar de enige die blijft twijfelen en die de vooruitgang
niet ziet of misschien niet wil zien?
Ik hoop dat jullie me kunnen helpen, ik heb al veel nuttige informatie
van de website gehaald, maar over mijn vraag heb ik eigenlijk
nog niets gelezen, ben ik nou de enige die hier mee tobt?
Antwoord:
De situatie die u schetst is heel herkenbaar. Veel mensen bekruipt
hetzelfde moedeloze gevoel: wanneer gaat het nu eens beter? De
omgeving ziet lichtpuntjes en geeft bevestiging, maar zelf zie
je het nog niet zo. Hoe komt dat? Waarschijnlijk omdat je je steeds
vergelijkt met hoe het vroeger was, toen je nog gezond was. Je
omgeving vergelijkt je daarentegen met hoe je was aan het begin
van je ziekte. Eigenlijk kun je niet accepteren dat het zo slecht
gaat en ben je boos op jezelf. Je zegt tegen jezelf: zie je wel
dat je niet vooruit gaat, sukkel die je bent. Ieder ander knapt
wel op en jij niet. Daarmee diskwalificeer je jezelf, heb je medelijden
met jezelf en kom je terecht in de slachtofferrol. Je omgeving
zet zich in als redder en roept bevestigend: Het gaat echt veel
beter met je. Hoe fijn je dat ook vindt, je voelt je daardoor
toch onbegrepen en raakt des te meer in de put. Dit proces kun
je doorbreken met een oefening (Omgaan met burnout, p. 226). Je
houdt een 'zwartboek' bij waarin je opschrijft wat je allemaal
niet doet, omdat je te moe bent en een 'witboek' waarin staat
wat goed ging. Voor beide ervaringen beschrijf je de situatie,
wie er bij was, wat je dacht en voelde en wat het resultaat was.
Maak een grafiek op basis van het witboek. Vaak zie je dat je
in de loop der weken steeds actiever wordt.

|