Dodelijke schaamte
De huisarts heeft David al jaren niet
gezien. Hij is negenenvijftig jaar, even oud als zijn dokter.
David is een oude man. Zijn huid is gerimpeld en uitgedroogd.
Zijn schouders hangen en hij staart in de verte. De huisarts oogt
gezond en sportief. Hij volgt vol enthousiasme nascholingscursussen.
Onlangs een over burnout.
Geen wonder dat hij er zo slecht uitziet, denkt de huisarts als
David vertelt dat hij de laatste tijd zijn werk niet meer aankan.
Vanaf zijn veertiende heeft hij zich langzaam opgewerkt van magazijnmedewerker
tot chef. Hij heeft veel en zwaar moeten tillen. Hij kon altijd
goed met de jongens opschieten. De laatste maanden gaat dat echter
steeds minder. Hij is prikkelbaar en kan de radio niet verdragen.
Hij vergeet soms met welke factuur hij bezig is. De letters zwemmen
dikwijls voor zijn ogen. Hij kan niet overweg met het nieuwe computersysteem.
Misschien is hij wel te oud om te leren. David ontkent verdere
lichamelijke klachten.
De dokter denkt dat David overspannen is: jarenlang dezelfde werkplek,
geen kansen op promotie of een andere baan, ongevraagde veranderingen
opgedrongen gekregen. En ja, je flexibiliteit neemt ook af naarmate
je ouder wordt. De dokter herkent er wel wat in.
Jammer dat Davids vrouw niet meegegaan is naar de arts. Ze heeft
het gevoel dat er iets niet klopt. Tot een half jaar geleden was
David een fleurige en breed geïnteresseerde man. Nu is hij
een chagrijn. Hij was altijd actief. Hij rookte wel teveel, maar
daarnaast was hij graag buiten en wandelde veel. Nu komt hij zijn
stoel niet meer uit. En dan die toestand laatst. Ze waren een
dagje uit. Zij was een winkel ingelopen. Een trui bekijken. Toen
ze buitenkwam stond David daar. Zijn handen voor zijn ogen, huilend,
mompelend: waar ben ik, waar ben ik. Hij greep haar beet, met
grote angstogen, als was ze een reddingsboei. Snel herstelde hij
zich en probeerde te doen of er niets gebeurd was. Ze is heel
bezorgd. Hij wil er niks over horen. Hij schaamt zich. Dus drinkt
zij koffie bij een vriendin terwijl David met de dokter praat.
Hij gaat tevreden naar huis. Een paar weekjes uitrusten en dan
maar eens weer kijken.
Het gaat niet over. Het wordt erger.
De zeurende hoofdpijn waarmee hij opstaat, neemt toe. Hij kan
geen krant meer lezen. Ligt het liefst in bed. Zijn vrouw heeft
de huisarts gebeld. Die vertelt dat verergering in het begin er
soms bijhoort. Hij legt een receptje klaar voor stemmingsverbeterende
pilletjes. Het duurt een paar weken voordat die gaan werken. Dan
nog maar eens contact opnemen.
Vier weken later vraagt Davids vrouw een huisbezoek aan. David
is gevallen en maakte rare stuiptrekkingen. Ze schrok zich dood.
Sinds hij bijkwam, praat hij raar. De dokter vloekt binnensmonds
en belt een ambulance.
David heeft kankeruitzaaiing in zijn hoofd. Een week later is
hij dood.
Niet alles wat burnout lijkt, is dat
ook. Ook voor artsen is het onderscheid niet altijd te maken.
Jammer genoeg is dat nooit helemaal te voorkomen. Je kunt de dokter
echter wel helpen om de kans op missers te verkleinen. Houdt geen
dingen achter uit angst of schaamte. Zeg het ook als je denkt
dat je arts er naast zit. De dokter is deskundig op zijn vakgebied,
maar jij bent deskundig op het gebied van het ervaren van je klachten.
Het meebrengen van iemand die je na staat kan ook helpen. Niet
alleen als steun, maar ook omdat die soms andere dingen bemerkt
heeft dan jezelf.
Wacht niet te lang af als klachten veranderen op een onverwachte
manier: laat ze opnieuw aan de arts zien en spreek je ongerustheid
uit. David zou ook dan niet beter geworden zijn, maar veel mensen
hebben kwalen die wel genezen kunnen worden als men er op tijd
bij is.
 |