Waarom whisky niet werkt
'Beste Carien,' mailde Bettina mij,
'ergens in Omgaan met burnout schrijf je over de koppeling van
ontspanning en het woord whisky-cola. Ik vind dat een wat rare
gang van zaken. Als ex-alcoholiste weet ik als geen ander hoe
verraderlijk het is om juist als je gespannen bent aan drank te
denken.'
De passage waarop Bettina doelt, gaat over cue-exposure ( Omgaan
met burnout, p.99, 7e gewijzigde druk, september 2001), een tip
om spanning te verminderen op een niet-schadelijke wijze: je stelt
je een plaats voor waar je je helemaal ontspannen voelt. Voor
sommigen is dat de tuin, voor anderen een vakantiestrand of de
eigen luie stoel. In het boek wordt het voorbeeld gebruikt van
de boerderij van een vriend waar de whisky-cola klaar staat. Het
beeld dat je opgeroepen hebt, vat je samen in één
woord.: 'whisky-cola' bijvoorbeeld. Vervolgens doe je een ontspanningsoefening
en geef je jezelf de instructie: 'zodra ik het gekozen woord ('whisky-cola'
) opnieuw tegen mezelf zeg, komt dit gevoel terug.' Als je daarna
in een stressvolle situatie terechtkomt en het woord dat jouw
ontspanningsbeeld vertegenwoordigt tegen jezelf zegt, gaat je
lichaam reageren met ontspanning. Hierdoor kan je de situatie
vaak beter aan.
Mensen die meer drinken dan goed voor ze is kunnen, zoals Bettina
suggereert, inderdaad beter een alcoholvrije ontspannen situatie
oproepen. Het denken aan drank roept in dit geval geen ontspanning
op, maar juist een soort spanning die pas afneemt als de gedachte
aan drinken in daden wordt omgezet.
Een belangrijk onderdeel van alcoholafhankelijkheid is de (bijna)
voortdurende trek in drank. Gedachten en beelden over het verwachte
effect van de alcohol spelen hierbij een centrale rol. Mensen
met burnout gaan vaak meer drinken omdat ze verwachten dat de
drank gestresste gevoelens en angst zal doen afnemen. In het begin
gebeurt dat ook: we kennen allemaal wel het zenuwachtige familiefeestje
dat toch nog leuk werd toen iedereen een glaasje op had. Voor
dit effect treedt echter tolerantie op. Na een week of twee dagelijks
een glas wijn, werkt het niet meer. Je hebt steeds meer alcohol
nodig om je rustig te voelen. En op den duur werkt zelfs dat niet
meer. Dan drink je om niet de hele dag te zweten, te trillen,
je misselijk te voelen of zelfs in de war te raken.
Forse drinkers weten best wel dat ze zich hondsberoerd zullen
voelen na een krat bier, een paar flessen wijn of een aanzienlijke
hoeveelheid sterke drank. Ze weten best wel dat ze als ze hun
drinkpatroon een tijdje vasthouden last krijgen van ontwenningsverschijnselen,
maagontstekingen en op den duur hun lever, zenuwen en hersenen
stuk drinken. Toch verlangen ze naar hun drankje, omdat de valse
belofte van zich beter te voelen na drinken zich flink heeft vastgezet
in hun lijf en beeldenwereld. Op een manier die de cue-exposureoefening
op een heel andere wijze kan doen aflopen dan deze is bedoeld.
ism Greet Andringa, arts en stagiaire humanistiek bij Prometheus
|