Wat als jonge werknemers geen watjes zijn, maar uitgeput?

Thema: carrière, Plezier in je werk, prestatie
Illustratie: Gerard Smit

Steeds vaker melden ouders hun zoon of dochter bij mij aan. Begin twintig. Soms nog studerend, vaak al aan het werk. De zorgen zijn groot. Niet omdat hun kind niets kan, maar omdat het al maandenlang uitgeput is. Fysiek, mentaal, of allebei.

Dat ouders bellen, is begrijpelijk. Opvallender is dat therapie voor hen vaak de enige uitweg lijkt. Alsof vastlopen inmiddels een individueel probleem is geworden, iets wat je professioneel moet laten repareren. Terwijl de klachten zich juist voordoen op het snijvlak van werk, verwachtingen en identiteit.

De jongeren die ik zie, verschillen onderling sterk. Sommigen hebben een stoornis op het spectrum. Anderen presteren juist opvallend goed. Hoge cijfers, volle agenda’s, ambities genoeg. Toch delen ze iets. Ze zijn opgegroeid in een wereld die tegelijk grenzeloos en verstikkend is.

Alles lijkt mogelijk. Opleidingen, banen, identiteiten, relaties. Maar wie alles kan worden, moet ook alles waarmaken. Wie dat niet doet, faalt. Dat gevoel kan je verlammen. Of je kunt het overschreeuwen. Dat laatste zien we vaak – en noemen we dan al snel veeleisend gedrag.

Gen Z

Oudere generaties kijken daar niet zelden met irritatie naar. Gen Z’ers worden gezien als fragiel, verwend of overbeschermd. Als mensen die weinig aankunnen en snel afhaken. Ik ga daar soms zelf ook in mee. Het botst met het werkethos waarmee ik ben opgegroeid: doorzetten, relativeren, en vooral niet zeuren.

Onlangs kreeg ik een appje van Pepijn (24). We hadden elkaar jaren niet gezien. Hij werkte inmiddels en wilde bijpraten. Of we samen konden lunchen. Ik voelde verbazing en ook een lichte irritatie. Ik was zijn therapeut, niet zijn vriend. Een lunch kost tijd. Onbetaalde tijd. Toch stemde ik toe.

Vooraf las ik zijn dossier terug. Uitstelgedrag, problemen met vriendin en vader. Inmiddels, zo vertelde hij, was hij afgestudeerd, organiseerde hij evenementen en droomde hij van een eigen startup. Pepijn wilde het hebben over een opmerking die ik destijds maakte. Hij vertelde toen dat hij zijn vader minder wilde zien. Dan doe je dat toch, had ik gezegd. Volgens hem had ik daarmee zijn worsteling onderschat. Want waar hij echt behoefte aan had was dichter bij zijn vader te komen, door hem te worden gezien en erkend. Waarom had ik die behoefte niet erkend en was ik in plaats daarvan op losmaking en autonomie gefocused?  Ik zag destijds de adolescent in hem en niet het driejarig kind, afgewezen door zijn vader. Ik begreep dat mijn opmerking hem in de kou had laten staan.

Die ontmoeting veranderde mijn blik. Wat vaak wordt gezien als zeuren, kan staan voor iets anders. Bijvoorbeeld om serieus genomen te worden.  Pas als je je daarvoor openstelt, dan wordt het mogelijk om samen te zoeken naar wat iemand nodig heeft om verder te kunnen.

Dat geldt niet alleen in de therapieruimte. Ook op de werkvloer. Jongere werknemers vragen zelden om minder verantwoordelijkheid. Ze vragen wel om helderheid, begrenzing, ondersteuning en betekenis. Om leidinggevenden die niet meteen afwimpelen of relativeren, maar eerst willen begrijpen. Soms is één vraag al genoeg: wat probeer je hier goed te doen? Wat kost het je? Zulke vragen maken het verschil tussen afhaken en aanhaken.

Misschien vraagt deze generatie niet om minder druk, maar om meer aandacht voor wat die druk met hen doet. En misschien is dat geen teken van zwakte, maar een kans om werk zo in te richten dat mensen het ook op de lange termijn volhouden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Dit is een verplicht veld
Dit is een verplicht veld
Geef een geldig e-mailadres op.
Accepteer de voorwaarden om door te gaan

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.