
Kritiek krijgen, hoort bij het werk. Soms word je er beter van, een andere keer haal je je schouders erover op, en een enkele keer kun je er niet van slapen. Hoe voorkom je dat?
Laatst kreeg ik een mail van een journalist. Voor verschillende afleveringen van haar podcast, hadden we gesproken over burn-out, je zorgen maken over je partner, en hoe je van slachtoffer dader kunt worden. Over die laatste aflevering schreef ze: het heeft de diepgang van een regenplas. In de bijlage zat het uitgewerkte script. Ik had geen zin om het te openen. “Je zoekt het maar uit”, dacht ik, in een poging me niet gekwetst te voelen. Ik vergat het mailtje, totdat ik ’s nachts de slaap niet kon vatten.
Ik had niet moeten meegaan in haar uitstapje naar de oorlog tussen Israël en Palestina bedacht ik me. Over dat onderwerp heb ik me op de vlakte gehouden. Achteraf gezien had ik een grens moeten trekken en niet mee moeten gaan in haar vraagstelling. En zo ging ik nog even door met mezelf verwijten te makenHet gevoel tekort te schieten riep iets op dat ik als vijfjarige ook had gevoeld: ik deug niet! Tegen de buren had ik gezegd: mijn pappa en mamma zeggen dat u rood bent. Maar u ziet helemaal niet rood. Hoe kan dat nou?
Mijn ouders hoorden dit. Dat had ik nooit mogen zeggen! Andere buren liet ik weten dat hun pasgeboren baby op een aapje leek. Ook dat kwam me op een flinke reprimande te staan. Kennelijk zei ik dingen die ik niet mocht zeggen. Ik deug niet, dacht ik. Af en toe komt dat gevoel weer naar boven. Zoals nu, malend over mijn oppervlakkigheid.
Terecht en onterecht
Om goed met kritiek om te gaan, kun je twee vragen stellen: wat zegt het over jezelf, en wat zegt het over de ander? Als de kritiek concreet is, dan kun je daar wat mee: het wijst je op dingen die je beter kunt doen, en hoe je dat kunt doen.
Vage kritiek, zoals opmerkingen dat je oppervlakkig, lui of overgevoelig bent, is vaak op de persoon gericht. Hoe je daarop reageert, heeft met je zelfbeeld te maken. Ook wie doorgaans zelfbewust is, kan wel eens last hebben van verborgen gevoelens van minderwaardigheid.
Door te letten op de associaties kun je achterhalen of het kwetsbare kind in jezelf wordt geraakt. Bij een opmerking als ‘de diepte van een regenplas’ zie ik al snel mijn straffende vader voor me. Door dit besef kan ik er ook weer afstand van nemen.
Vraag je bij kritiek ook altijd af welk belang de ander heeft bij de kritiek. Is er sprake van pesten, uitsluiting of dossiervorming? Hoe is de kritiek geformuleerd? Kun je er wat mee, of is het alleen bedoeld om jou, mogelijk ten overstaan van anderen, zwart te maken? In dat geval is het goed om er wat van te zeggen. Tegen de persoon zelf of anders tegen een vertrouwenspersoon.
Wat je niet moet doen is in de verdediging schieten. De ander raakt daardoor alleen maar meer overtuigd van zijn of haar gelijk.
Mocht je een fout hebben gemaakt, geef dat toe. Leg je eigen fout niet onder een vergrootglas, zoals bij mij ’s nachts gebeurde. Bedenk dat je van je fouten leert. En als het een misverstand blijkt te zijn, dan kan het je leren op een effectieve manier weerbaar te zijn. Zo opende ik de volgende dag de bijlage in de mail en zag dat die niet voor mij was bestemd.
