Anderhalve meter afstand houden lijkt een goed advies in deze tijd. Je loopt minder kans besmet te raken, of een ander te besmetten – dat is fijn. Tegelijkertijd ervaar je ook angst. Juist de noodzaak van zo’n maatregel en de onophoudelijke confrontatie ermee wijst je erop dat er gevaar dreigt. Hoe ontsnap je aan dit dilemma?

Afstand houden is nu een verstandig advies. Maar niet voor de nervus vagus, de tiende hersenzenuw. Die verbindt hoofd en hart en zorgt ervoor dat we kalmeren, dan wel gealarmeerd raken. Deze zwervende zenuw reageert op gevoelens van veiligheid en gevaar. Dat gebeurt via de ‘neuroceptie’, een term van neurowetenschapper Stephen Porges. Neuroceptie is volgens hem de onmiddellijke, niet bewuste, waarneming via ons primitieve brein.

Hoe werkt het? Stel, je komt iemand tegen en doet een paar stappen opzij, om de anderhalvemeterregel in acht te nemen. Ook de ander doet een stap opzij. Fijn, zegt het cognitieve deel van je brein – ik loop geen gevaar. Maar een ander deel van je brein, het direct op overleving gerichte reptielenbrein, ontleent een andere boodschap aan het bewust afstand houden, namelijk dat van dreigend gevaar. Dit dreigende gevaar vertaalt zich ook in cognitieve klachten zoals je minder goed kunnen concentreren en meer vergeetachtig zijn. Symptomen die uiteindelijk kunnen leiden tot burn-out.

Symptomen

Terwijl je denkt gevaar te ontlopen, is je lichaam ondertussen op neurofysiologisch niveau bezig om je in de vecht- vlucht- of bevriesstand te zetten. De nervus vagus stuurt het signaal ‘let op’ van het reptielenbrein naar het hart, waarop het hart harder gaat pompen, klaar om in actie te komen. Je kunt sneller geïrriteerd raken, boos worden op een ander die maar stug blijft doorlopen (vechtreactie), of je vlucht, komt nauwelijks meer buiten, en beweegt te weinig. Gebrek aan structuur en externe prikkels maken je lethargisch. Dat is de bevriesstand. Je stelt uit, in plaats van iets te doen.

Wat kun je doen om de nervus vagus tot bedaren te brengen, en er zo voor te zorgen dat je hart niet in de overdrive komt? Nabijheid zoeken en gevaar verminderen. Die twee gaan vaak samen.

Je kunt ermee beginnen door anderen die afstand houden vriendelijk aan te kijken of te groeten. Zo zorg je ervoor dat je hartslag weer daalt, omdat de ander een vriend is, geen vijand.

Een wandeling maken met een goede vriend of vriendin werkt ook. Ook dat beïnvloedt je gevoel van veiligheid, je voelt dat je deel uitmaakt van een groter geheel. Sommigen hebben nu een ‘coronacrew’: de afspraak met anderen dat ze alleen elkaar zien. Geen onveilige contacten met anderen.

Bedenk eens wat je voor een ander kunt doen. Dat bevordert het gevoel van nabijheid. Boodschappen doen, iets aardigs voor de deur zetten, het kan van alles zijn.

Zorg er ook voor dat je je fysiek goed voelt. Verslons niet. Trek wat leuks aan, ga lekker koken, en beweeg regelmatig. Zo verminder je de afvalstoffen van je stresshormonen.  

Tot slot: kom tegemoet aan je mentale behoeften, zoals ergens bij horen, autonomie, en competentie. Bel regelmatig met collega’s of vrienden, voer onderhoudende kletspraatjes. Tegen je planten praten is ook oké, het vermindert je gevoel van eenzaamheid. Selfies delen idem dito. Doe aan een virtuele ‘vrijmiborrel’ of houseparty. Geen baas kijkt je nu op je vingers, doe dingen op je eigen manier. Complimenteer jezelf voor wat je voor elkaar krijgt, ondanks extra stress en gebrek aan concentratie. Je doet het goed. En die social distance? Blijf groeten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Menu