Carrièrekriebel

Thema: carrière

Je hebt een leuke baan die goed betaalt en over je collega’s heb je ook niets te klagen. Toch knaagt er iets. Zit er niet meer in? Is er niet iets anders wat je meer voldoening geeft? Kortom, je hebt last van carrièrekriebel: het zeurende gevoel dat je niet op je plek zit, zonder dat je weet wat je dan wel wil doen. Hoe kom je erachter wat bij je past?

Margaret werkt al jaren als psychosomatisch fysiotherapeut in een praktijk die ze deelt met een aantal collega’s. Het werk gaat haar makkelijk af, al maakt ze lange dagen. Maar ook al is iedere cliënt verschillend, ze heeft toch het gevoel in een sleur te zitten. Nu de lockdown de sleur doorbreekt, piekert ze vaker of dit nou wel het werk is dat ze voor altijd wil blijven doen. Ze komt er niet uit. Om een stap te zetten, laat ze haar collega’s weten dat ze uit de maatschap stapt en de huur van haar praktijkruimte opzegt. Een drastische stap, want ze weet nog niet wat ze hierna gaat doen.

In een coachinggesprek vertelt ze me dat ze niet meer als fysiotherapeut wil werken en echt iets anders wil doen. Ze weet alleen niet wat. Misschien moet ze stoppen als zzp’er en in loondienst gaan werken, en iets leidinggevends gaan doen. Maar wat en waar? Ze komt er niet uit.

Luxeprobleem?

Zo’n gevoel van onbehagen over je werk zou je als luxeprobleem kunnen afdoen: je hebt werk, aardige collega’s en verdient genoeg. Wat wil je nog meer? Dus: niet zeuren en doorgaan? Ik raad het af, zeker als je het je ongelukkig maakt. Bovendien kun je zo’n probleem oplossen, en dat kan een hoop creativiteit losmaken. Alle reden om er werk van te maken en uit te vinden wat je echt wil en wat de juist plek voor je is.

Om daarmee aan de slag te gaan, pas ik het door mij zo genoemde BVO-model toe. Dat gaat over Behoeften, Vaardigheden en Ontwerp.

Behoeften

Om zicht te krijgen op je behoeften gebruik ik de behoeftenradar. Die is gebaseerd op het werk van de Zwitserse ontwikkelingspsycholoog Remo Largo. Hij onderscheidt zes basisbehoeften: lichamelijk welzijn, geborgenheid, sociale erkenning, zelfontplooiing, persoonlijk succes en bestaanszekerheid. Op basis van een vragenlijst kun je jezelf daarvoor scores geven. Die zet je uit op een radar. Dan zie je in een oogopslag welke behoeften bij jou sterk aanwezig zijn en welke minder.

Margaret blijkt hoog te scoren op de behoefte aan zelfontplooiing, maar ook op persoonlijk succes, ze wil gezien worden en erkenning krijgen. Bestaanszekerheid is voor haar van minder belang.

Vaardigheden

Stap twee: vaardigheden inventariseren. Je kunt daarvoor de competentieradar gebruiken. In dit geval leer ik Margaret een andere methode om voor zichzelf duidelijk te krijgen waar ze echt goed in is: vraag het aan mensen die je goed kennen. Vaak zien die eigenschappen die je zelf over het hoofd ziet. Iets dat je goed afgaat, is voor jezelf zo vanzelfsprekend dat je het niet als talent onderkent.

Margaret was vooral getroffen door wat haar zus over haar zei: dat ze als klein kind behoorlijk bazig was en altijd precies aangaf wat ze wel en niet wilde. Anderen hadden het over haar gevoel voor taal en haar vermogen om te plannen. Dat versterkte bij haar het idee om verder te gaan in management.

Maar dan, wat doe je met dat inzicht? Je weet wat je sterkste behoeften zijn, wat je goed kan, maar hoe vind je daar dan de juiste baan bij? Om daar achter te komen, gebruik ik de methode van het design-denken, de derde stap in het BVO-model, waarin O staat voor ontwerp.

Ontwerp

Design-denken is een methode uit de creatieve industrie die als doel heeft nieuwe productideeën te bedenken. Inmiddels wint die manier van denken meer terrein, onder andere bij gedragstherapie. Het begint ermee dat je het probleem dat je wilt oplossen herdefinieert. In het geval van de carrièrekriebel stap je af van de vraag: welk werk past het best bij mij? Je kunt die vraag herdefiniëren door wat dieper te graven en je af te vragen: wat wil ik eigenlijk? Dat heb je bij stap 1 (behoeftenradar) al in kaart gebracht. Voor Margaret heeft dat iets met leidinggeven te maken.

Dan komt de creatieve stap, waarin je je afvraagt op welke manieren je vorm kan geven aan die behoefte. Je kunt beginnen met voor de hand liggende dingen, zoals Margarets idee om manager te worden. Laat het daar niet bij. Vraag je ook af wat totaal niet voor de hand liggende manieren zijn om je behoeften te realiseren. Realistisch hoeft het niet te zijn, het gaat erom dat je op nieuwe ideeën komt die je verder kunnen helpen. Zie het als een vrije brainstormfase, waar je ook anderen bij kunt betrekken, en beleef er vooral plezier aan om zoveel mogelijk oplossingen te bedenken.

Dan is het zaak om een oplossing te kiezen en die uit te proberen. Levert dat niets op, kies dan voor een van je alternatieven. Op die manier heb ik heel wat aardige carrièreswitches voorbij zien komen.

Margaret laat me weten dat ze binnenkort gaat beginnen als programmanager bij een jeugdinstelling, verantwoordelijk voor het kwaliteitsbeleid. Hoe is dat zo gekomen? ‘Het was stom toeval’, zegt ze. ‘Een oude schoolvriendin vond me op LinkedIn en zocht daar iemand voor. Dat ik er meteen ja op zei, kwam wel doordat ik door jouw oefeningen openstond voor zo’n nieuwe ervaring en wist dat dit was wat bij me past.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.
Je moet de voorwaarden accepteren voordat je het bericht kunt verzenden.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Menu